De Star bij de Dedemsvaart.

1848-1975

Molen “de Star neemt een opvallende plaats in langs het gebied waar eens het kanaal liep. Hij behoort tot ons cultureel erfgoed. Cultureel erfgoed is al het waardevolle dat we van onze voorouders kregen. Eén van de oudste molens in de regio was echter de 16de eeuwse molen die stond bij de Stenenbrug, de brug over de Reest in de weg van Balkbrug naar Zuidwolde. Deze is in 1672 vernield door de troepen van de bisschop van Munster, Bommen Berend.

De tweede molen in de omgeving, de Katingermolen, is gebouwd in 1740 op den Kaat. Een molenwijk van deze molen kwam ten oosten van Coevorderweg 48 in de Dedemsvaart. De Katingermolen is in 1922 afgebroken. Hij had te weinig capaciteit.

De boeren in het westelijk deel van de gemeente Avereest moesten naar de molens in Nieuwleusen en Dedemsvaart. Jan ten Kate liet in 1848 de achtkantige windkorenmolen bouwen. Hij plaatste hem aan de Dedemsvaart bij de monding van de Koloniewijk, die liep van de Ommerschans naar de Dedemsvaart. Voor het vervoer kan men met een schuit de molen invaren. Klaas Vos verrichtte in de jaren 1940/1950 zo spoedbestellingen voor de boeren. Hij laadde zakken meel van 70 kg (tegenwoordig maximaal 20kg!) op zijn bootje, voer de molen uit en bereikte via de koloniewijk en de Dedemsvaart de melkfabriek. De melkrijders namen de vracht over en bezorgden het meel bij de boeren. (archief Jan Nijensikkens).

Blikseminslag verwoestte in 1882 de molen. Roelof ten Kate, de zoon van de stichter, vroeg bij de plaatselijke overheid of hij op de fundamenten van de vorige pel- en korenmolen, de Starmolen, een molen mocht herbouwen. Het werd een tweedehandse uit Deventer. In die tijd beschikte men ook over stenen om gerst tot gort te pellen. De naam “de Star” is toen voor het eerst in de kronieken vermeld. Het jaartal 1882 vindt u op de romp van “de Star”.

De electromotor en de jacobsladder zijn in het jaar 1936 geïnstalleerd. Deze ontwikkeling is een belangrijk moment voor de regio geweest. Het maalvermogen is hiermee vergroot omdat nu het transport in de molen door het verticale vervoerssysteem is verbeterd en omdat de molenaar door de elektrische aandrijving minder afhankelijk is van de wind.

De korenmolen stond tot 1972 op het terrein van de huidige Welkoop. De brand in 1972 leidde het verplaatsen in. Het was om een verzekeringstechnische reden. Bovendien functioneerde hij al geruime tijd niet meer, was aan grootonderhoud toe, had geen economische waarde en stond alleen maar in de weg.

Linksonder bij de molen is nog de ingang naar de Koloniewijk te zien.

2000-2009

De gemeente Hardenberg is eigenaar van de Star. Daarbij stelt de beheerstichting zich ten doel de molen maalvaardig te houden. Ze heeft een aantal vrijwillige molenaars, een groep enthousiaste gidsen, een klusjesploeg en een activiteitencommissie “Vrienden van de molen” om dit mogelijk te maken. Er komen nu jaarlijks 2000 à 3000 bezoekers, er zijn ruim 300 donateurs en de molenaars verwerkten in het afgelopen jaar ongeveer 15 ton maïs en andere granen.

In de periode van 2004 tot 2008 is de jacobsladder op authentieke wijze, met zoveel mogelijk moleneigen materialen door de molenaar en zijn collega’s teruggeplaatst. Toen in de periode 1972/1975 de molen verhuisde, is door geld gebrek dit transportsysteem niet meegegaan. Het herstel van de jacobsladder is verantwoord omdat regelmatig 1500 kilo maïs of andere graansoorten naar het maalkoppel gehesen worden. Een unieke operatie omdat nu dit verticale transportsysteem met  windenergie functioneert. Daarbij heeft dit herstel de oorspronkelijkheid van het molenmechaniek niet aangetast. De transportband bevindt zich in een houten koker van 20 bij 20cm, die kon worden aangebracht “tussen” de put en de silo’s. De put is de kelder waar de boer zijn graan in stort. De silo’s zijn de opvangbakken boven de molenstenen. Eén omwenteling van de jacobsladder stort dus 40kg in de silo’s. Op 12 september, het einde van het molenseizoen, is de jacobsladder feestelijk in gebruik genomen.

Restauraties in de molen zullen er in dit overwegend houten gebouw steeds moeten plaatsvinden. De spruiten, horizontale balken aan de kap, zijn nog niet zolang geleden vervangen en de roeden, metalen balken die de wieken vormen, staan voor dit jaar op het programma.

2010 en verder

Hoe zal in de toekomst het gebied rond de molen eruit zien?

De provincie heeft vastgesteld dat de Star in de Robuuste Verbindings Zone ligt, een natuurlijke verbinding tussen noord en zuid Nederland, tussen het Vechtdal en het Reestdal. Het terrein links van het schelpenpad (foto 2) zal opnieuw worden ingericht. Men denkt aan poelen en een educatief wandelpad met een vlinder- en insectentuin. Er komt ruimte voor een graanveldje.

Hoe is de Star voor de toekomst zeker te stellen?

Het terrein links van het schelpenpad zal opnieuw worden ingericht. Men denkt aan poelen en een educatief wandelpad met een vlinder- en insectentuin. Er komt ruimte voor een graanveldje.

Drie dingen: 1. onderhoud, 2. functioneren en 3. belangstelling opwekken, staan daarbij centraal. Kinderen moeten al jong in aanraking komen met ons cultureel erfgoed. Schoolklassen bezoeken in 10 à 15 ochtenden de molen. Kinderen moeten leren ervan te houden en ervoor te zorgen. Dit lukt beter door de leerlingen eraan te laten voelen, te ruiken, er iets mee te laten doen. Dit komt alleen tot zijn recht als de molen draait.

Het cultureel erfgoed is ons collectief geheugen. Het zijn de historische dragers van onze nationale identiteit. Het zijn de sporen uit het verleden die nu waarneembaar zijn en die de samenleving de moeite van het bewaren waard vindt. Fragmenten uit het verleden maken het heden. Geschiedenis vormt.

Henk Duistermaat