Scheepstypen

In ons verenigingsblad worden regelmatig verschillende vaartuigen genoemd. Het is wellicht interessant er een omschrijving van te geven, die we ontlenen aan het door drs. G.J. Schutten geschreven boek “Varen waar geen water is. Geschiedenis van de scheepvaart ten oosten van de IJssel van 1300 tot 1930.

Praam: boerrenschuit in Holland en Friesland, kleine open schepen in Groningen, grote turfschepen in Drenthe en Overijssel;

Aak: scheepstype in het Rijngebied;

Zomp. voerbak voor dieren, ook een scheepstype in Overijssel (in de laatste betekenis duikt de naam omstreeks 1800 op;

Brandschuit: kleinste soort praam in Drenthe en Overijssel;

Bok: scheepstype onder andere in Zuid-Holland, Giethoorn en Zuidoost-Friesland.

De bok van de HVA op de helling.

Schutten geeft geen omschrijving van vlot en punter. Van een vlot moeten we ongetwijfeld voorstellen wat we misschien zelf wel eens hebben gemaakt om op het water te kunnen drijven. Punter is een zeer bekend begrip in Giethoorn, als benaming van het daar veel gebruikte vaartuigje.

W. Wind