Sint Nicolaas 1936.

Mijmerend over mijn reeds lang vervlogen jeugd komen er nu en dan allerlei herinneringen boven drijven. Eén van de mooiste herinneringen is wel de viering van het Sint-Nicolaasfeest. In gedachten ga ik met u terug naar zaterdag 5 december van het jaar 1936, dus 68 jaar geleden. Crisis alom in den lande. Bittere armoede in veel gezinnen, vooral in deze omgeving. Honderdduizenden werklozen in ons vaderland, die van een paar centen “steun” met hun, meestal grote gezinnen moesten zien rond te komen.

Verlanglijstje

Begin november van dat jaar mochten wij als leerlingen van onze school (de jaren geleden afgebroken school van ”Meester van Zuiden” aan de Hoofdvaart) een Sint-Nicolaas verlanglijstje inleveren bij juf Hakkert, die de derde klas onder haar hoede had. Op dat lijstje diende het cadeautje vermeld te worden, dat wij graag van de Sint zouden willen ontvangen. Het cadeautje mocht echter niet duurder zijn dan vijftig cent, een voor die tijd toch nog wel leuk bedrag voor een kind.
De leerkrachten van onze school waren in eendrachtige samenwerking met de leden van de Oudercommissie avondenlang bezig om alle geschenken voor de schooljeugd in te slaan.

De Openbare Lagere School aan de Hoofdvaart te Dedemsvaart. Ook wel bekend als “School Wijk F”. In de volksmond vaak “De tramskoele”genoemd, nu de toegang tot de Schepenwijk.

Als de school om half vier haar poorten opende en wij onze herkregen vrijheid met volle teugen inademden, gingen wij de etalages bekijken van de plaatselijke middenstanders om te zien wat voor mooie spullen er door hen, ter gelegenheid van de verjaardag van de Goedheiligman, waren ingekocht. In één der etalages van de winkel van Tjeerd Haitjerna op de hoek van de Julianastraat/Hoofdvaart (momenteel de zaak van Haarmeijer) stond een enorm grote stoomboot (waarvan mij de juiste naam helaas ontschoten is) van één van de Nederlandse stoomvaartmaatschappijen. Aan die prachtige boot hing ook een prijskaartje, namelijk f 50,00. Honderdmaal het bedrag, dat een cadeautje voor een kind mocht kosten.
Van ruim half vier tot bijna zes uur stonden tientallen Dedemsvaartse kinderen zich te vergapen aan de stoomboot, die daar in al zijn pracht en praal te pronken stond, wachtend op een koper, die, gezien de prijs wel nooit zou komen opdagen.

”Keessie”

In onze klas zat ook ”Keessie” (uit privacyoverwegingen is niet zijn juiste naam weergegeven), het enige zoontje van een vermogende familie, waarvan de vader destijds een dorpsgrootheid was en welke familie reeds lang uit Dedernsvaart is vertrokken. ”Keessie” was in onze ogen een stinkend rijk ventje, die als toppunt van luxe in die tijd al een eigen speelkamer bezat, die letterlijk volgestouwd was met soorten speelgoed.
Zo af en toe mocht ”Keessie” een klasgenootje mee naar huis nemen om te spelen op zijn kamer. Mij viel dat geluk ook eens ten deel en ik was er toen erg blij mee. Toen ”Keessie” zijn verlanglijstje bij juf Hakkert inleverde, las deze tot haar grote ontsteltenis: ”Ik wil graag de grote boot, die in de etalage bij meneer Haitjerna staat, want anders heb ik alles al.”.

Het Sint-Nicolaasfeest

Het Sint-Nicolaasfeest werd meestal op een zaterdagmiddag gehouden om twee uur, kort vóór of na de vijfde december, in de grote zaal van hotel Steenbergen aan de Hoofdvaart, welk hotel toen geëxploiteerd werd door de familie Dalloyaux.

Eerst mochten de leerlingen van de eerste klas (tegenwoordig spreekt men van groep drie) naar binnen en vervolgens de hogere klassen. Daarna kwamen, voor zo ver er nog plaats over was, de ouders van de schooljeugd aan bod, waarbij het vaak een dringen van jewelste was om binnen te komen. Het aantal leerlingen van onze school bedroeg destijds ongeveer 180, terwijl de zaal maar plaats bood aan ongeveer 225 personen. Wij zaten dan ook dikwijls met z’n tweeën op één stoel. Als tenslotte iedereen na veel geharrewar zat en de zaal bijna uit zijn voegen barstte, werd het grote feest geopend door het hoofd der School, in dit geval meester Jan van Zuiden.
Na de inleiding werd het hele repertoire van Sint Nicolaasliedjes afgedraaid, waarbij het opviel, dat sommige jongens uit de hoogste klas er bij enkele liedjes een heel andere (vaak een pikante) tekst op na hielden, dan de oorspronkelijke. Tijdens deze zangwedstrijd gingen plotseling de deuren van de zaal open en schreed de Goedheiligman, welke rol meestal werd vervuld door een bekende plaatselijke brandstoffenhandelaar, vergezeld van zijn knechtje ”Pieterbaas”, binnen, waarna onmiddellijk het aloude lied ”Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht” werd aangeheven.

Het voormalige Hotel-Restaurant Steenbergen in de tweede helft van de dertiger jaren. De directie van deze zaak werd toen gevoerd door de fam. Ch. J. M. Dalloyaux, als opvolgers van de horecafamilie Pier Jacobs Hiemstra.

Na deze plechtige aubade, die door de Sint en zijn knecht met ernstige blik staande werd aangehoord, begeleidde meester Van Zuiden de hoge Spaanse gasten naar een vorstelijke zetel, die op het podium stond. Vol ontzag keken wij naar de Sint, die met een groot zwart boek op zijn schoot vanaf zijn hoge uitkijkpost wantrouwend de zaal in loerde. Het knechtje stond de hele tijd naast zijn baas, als een lakei naast de Koningin tijdens het voorlezen van de Troonrede op de derde dinsdag in september. Sommige jongens (voor het merendeel uit de hogere klassen) moesten bij de Sint komen, waarbij de Spaanse grijsaard zich niet ontzag de pekelzonden van de slachtoffers in extenso (uitvoerig) op te lepelen. Nadat het betrokken slachtoffer beloofd had in het vervolg zijn leven te beteren, mocht hij, na deze in het openbaar afgelegde boetedoening, met een rood hoofd zijn plaatsje in de zaal weer innemen, waarbij hij min of meer als held van de dag door zijn klasgenoten werd begroet.

Muziek en toneel

Nadat iedereen een versnapering had ontvangen en er nog wat gezongen werd, werd de middag verder doorgebracht met muziek en toneel. Nog vers in mijn geheugen ligt het feit, dat er onder leiding van een pas benoemde volijverige leerkracht, die na vele vruchteloze sollicitaties blij was met zijn baan en zich graag ”waar” wilde maken, het spel van de tien kleine negertjes werd opgevoerd.
Schrijver dezes genoot destijds het twijfelachtige voorrecht als leider van de negertjes op te mogen treden. Het was een droevige mini-musical, waarbij het ene negertje na het andere door allerlei rampen en tegenspoed van het toneel verdween. Gelukkig had het spel een happy-end, want aan het slot keerden alle in levende lijve terug op het toneel, waarna vanuit de zaal een daverend applaus losbarstte, dat de betreffende onderwijzer met een glimmend hoofd minzaam in ontvangst nam.

De cadeautjes

Tegen het einde van de middag vond dan, als hoogtepunt van de Sint-Nicolaasviering, de uitreiking van de cadeautjes plaats. Bovendien kregen alle leerlingen nog een taaipop, die bakker Berend van Dalfsen, die naast de school woonde, in honderdtachtigvoud had gebakken. Een opdracht waar de goede man al weken van te voren reikhalzend naar had uitgezien. Blij met ons cadeautje en de taaipop togen wij in de kille avondlucht huiswaarts.

”Keessie” heeft de grote boot uit de etalage van Tjeerd Haitjerna niet gekregen.

Peter Makaske, amateur-historicus