Het ontkende vaderschap.

Een waar gebeurd verhaal uit de notariële wereld, waarin uit overwegingen van privacy de namen zijn veranderd.

“Geeft elkander thans de rechterhand”, sprak de oude dorpspastoor van de Parochie van Berckenbank op plechtige toon. Het bruidspaar keek elkaar glimlachend aan. In een flits zag Leonora, het jonge bruidje, haar 23-jarig leventje aan haar voorbij gaan.

Als enig kind uit een gegoede fabrikantenfamilie ging ze na haar H.B.S.-tijd naar de Kweekschool voor Onderwijzeressen in het naburige stadje Maesackers. Ze was intelligent, kon zich goed concentreren en had niet de minste moeite om de leerstof in zich op te nemen. Na vier jaar studie slaagde ze met glans voor de onderwijzersakte. Een baan was snel gevonden.

Toen kwam Jan

Toen was Jan in haar leven gekomen. Hij was de jongste zoon uit een groot arbeidersgezin en werkte op de “Hollandia-Bank N.V.”, de enige financiële instelling, die het dorpje Berckenbank rijk was.

Haar ouders waren oorspronkelijk niet zo erg ingenomen met haar verkering. Jan was nog al een opschepperig type, die altijd sterke verhalen vertelde, waarin hij de hoofdrol speelde. Ze hadden liever gezien, dat hun enig kind, hun oogappel, een man zou trouwen, die niet altijd zo stoer deed en een beetje minder met zichzelf ingenomen was. Maar ja, Jan had een redelijke positie op de bank en hij zou misschien in de toekomst wel promotie maken. Dus hadden ze er maar in toegestemd, dat hij te zijner tijd hun schoonzoon zou worden.

Toen Leonora en Jan enige tijd verloofd waren, konden ze een prachtige woning kopen in het centrum van het dorp: Een fraai hoekhuis met een schitterend aangelegde tuin. De oude mevrouw, die er in gewoond had, kon het vele werk in de grote tuin en in het huis niet zo goed meer aan en was vertrokken naar een bejaardentehuis.

Leonora had de koopprijs nog al aan de hoge kant gevonden en ze wilde haar vader niet om financiële hulp vragen. Daar was zij te trots voor. Bovendien zou Pa alle kosten van de bruiloft voor zijn rekening nemen en dat was ook een lieve cent. Jan had geantwoord, dat alles best voor elkaar zou komen. Hij werkte immers bij een bank en die zou hem vast niet de hoogste hypotheekrente in rekening brengen. Bovendien was hij een zeer gewaarde kracht en kon bij de directeur en bij het bestuur wel een potje breken. Het huis was inmiddels helemaal ingericht met luxueuze meubels en met de mooiste stoffering.

Na de huwelijksplechtigheid volgde een druk bezochte receptie en =s avonds om een uur of acht was het tijd voor de grote bruiloft, die muzikaal werd opgeluisterd door een uit de radiowereld bekend orkest.

Tot in de kleine uurtjes werd er in de zaal van het plaatselijke verenigings-gebouw uitbundig feest gevierd.        

Een droomwereld stort in

Er verliepen enige jaren en de hele wereld scheen voor Leonora louter en alleen uit rozengeur en maneschijn te bestaan. Jan ging ‘s morgens om kwart over acht naar de bank en kwam pas tegen half zes in de namiddag thuis. Zij had dus de hele dag voor haar alleen en vulde de zee van vrije tijd met lezen, borduren en een beetje in de tuin werken. Ze was volmaakt gelukkig met haar Jan en met het prachtige huis. Het geluk zou echter niet meer van lange duur zijn.

Op zekere dag belde een politie-functionaris bij haar aan om mee te delen, dat haar man die ochtend was gearresteerd op verdenking van onregelmatigheden met bankgelden en het plegen van valsheid in geschrifte.

Toen Leonora van de juiste feiten op de hoogte werd gebracht, stortte haar droomwereldje in. Ze hadden het beiden zo goed samen en nu gebeurde dit!

Alles was nu kapot. Een machteloze woede overviel haar. Snikkend sloot ze zich op in haar slaapkamer. Hoe kon hij in vredesnaam zo iets doen. Ze wilde niets meer met hem te maken hebben. Wat had Jan haar teleurgesteld!

Rechtszaak

De rechtszaak, die enkele maanden later volgde voor de Arrondissements-Rechtbank in de hoofdstad van de provincie, werd door tientallen dorpsgenoten bijgewoond. Leonora was er niet heengegaan. Haar ouders hadden haar afgeraden de zitting bij te wonen. Bovendien kon ze de moed ervoor niet opbrengen, uit schaamte voor de misstap van haar man.

Jan werd veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en T.B.R.

In Rijksasiel “Veldzicht” te Balkbrug werden veel T.B.R.-gestelden behandeld.

Toen ze van het vonnis in kennis werd gesteld, nam ze zich voor alle banden met hem  te verbreken. Niets, maar dan ook niets, wilde ze nog met hem te maken hebben. Zouden haar ouders dan toch gelijk hebben, toen ze in het begin bedenkingen hadden tegen Jan?

Na regen komt zonneschijn

Er brak een erg moeilijke tijd aan voor Leonara. Het liefst bleef ze de hele dag in huis om zich maar zo min mogelijk te vertonen op straat. Maar ja, wat kon zij er per slot van rekening aan doen? Zij was toch niet schuldig? Zij had toch de bank niet geflest?

Langzamerhand begon ze te berusten in de situatie. Ze wilde ook niet langer de ganse dag in huis zitten. Als ze nu weer eens voor de klas ging staan?

Enkele weken later stond er een advertentie in het vakblad voor onderwijzend personeel, waarop ze nog steeds geabonneerd was. De naburige gemeente Veldschoten riep, wegens ziekte van de huidige leerkracht, sollicitanten op voor de tijdelijke functie van onderwijzeres voor de eerste klas van de “Sint-Oda-school”.

Wat zou ze doen? Aan de ene kant leek het haar wel aantrekkelijk om haar oude baan weer op te nemen, maar aan de andere kant weerhield een zekere schroom haar.

Na enige aarzeling schreef ze een sollicitatiebrief, die ze daarna op de post deed. Drie weken later kreeg ze een oproep om een proefles te geven.

Achter in het lokaal van de eerste klas zaten de burgemeester en de wethouder van onderwijs van het stadje, om te zien en te horen wat voor vlees ze in de kuip hadden. De proefles bracht ze er keurig af en kreeg bij het afscheid een goedkeurende blik van de beide heren.

Korte tijd later plofte er een officiële brief bij haar in de bus, waarin vermeld stond, dat ze met ingang van de eerste van de komende maand voor een periode van zes maanden was aangenomen.

Een intens blij gevoel overviel haar. Eindelijk weer eens wat afleiding en gelukkig niet in haar eigen woonplaats.

Aan het werk

Het werk beviel haar uitstekend. Ze kon bijna niet merken, dat ze al geruime tijd geen les meer gegeven had. Het was alsof ze het onderwijs nooit verlaten had.

De kinderen zaten als schaapjes in de banken en keken vol ontzag naar de knappe nieuwe juf, die zo mooi kon vertellen.

Haar collega’s hadden haar goed opgevangen. Ze kon met iedereen uitstekend opschieten en het was net of ze al jaren aan “Sint-Oda” verbonden was.

Speciaal de ongetrouwde onderwijzer Jos van Nistelroo, die de vierde klas onder zijn hoede had, kwam erg sympathiek bij haar over. Hij liep weliswaar al tegen de veertig, begon een buikje te krijgen en zijn haardos was ook bij lange na niet wat het vroeger was geweest, maar hij was zo aardig voor haar en zo bijzonder attent. Jos was op en top een gentleman.

Met Jos een dagje uit

Toen de Pinkstervakantie aanbrak, stelde Jos voor om Pinkstermaandag samen uit te gaan. Hoewel ze in eerste instantie enige schroom had, (uiteindelijk was ze nog steeds de wettige echtgenote van Jan), stemde ze er tenslotte in toe. Het leven per slot van rekening gewoon door en ze had na alle ellende van de afgelopen maanden best zin in een uitstapje.

Ze hadden een gezellige dag met z’n beiden. Jos was tegen half twaalf gekomen en had een groot boeket bloemen voor haar meegebracht. Na de koffie maakten ze een autotochtje naar België. Tegen een uur of negen in de avond bezochten ze een dancing en tegen het middernachtelijk uur gingen ze nog een afzakkertje nemen bij haar thuis. Omstreeks half twee in de ochtend vond Jos het langzamerhand tijd om afscheid te nemen.

Hij opende de voordeur en bemerkte tot zijn grote schrik, dat hij geen hand voor ogen kon zien. Als een grauwe deken lag de mist over het dorp. Wat moest hij nu doen?

Hij had nog al wat gedronken en met deze dichte mist was het onverantwoord achter het stuur te gaan zitten.

Leonora zag de angst in zijn ogen en zonder verder een woord te zeggen nam ze hem bij de arm en leidde hem weer in huis. Die nacht bleef hij bij haar……..

Enkele weken later overviel haar een grote angst. Het vage vermoeden, dat ze wel eens zwanger kon zijn, werd steeds sterker.

De huisarts, die haar onderzocht, bevestigde haar vermoedens. Grote radeloosheid overviel haar. Wat moest ze nu doen? Ze was nog wettelijk met Jan getrouwd en die kon niet de vader zijn, want ze had hem al in geen jaar gezien.

Even dacht ze aan het plegen van abortus, maar deze gedachte verwierp ze direct. Haar streng religieuze opvoeding zou dat nimmer toestaan.

De notaris en een bijzondere afspraak        

De oude notaris stak een verse sigaar op. Hij bekeek zijn agenda voor de komende dagen en zag, dat er niet veel te doen was omstreeks deze tijd van het jaar. Hij zou zich vandaag maar eens bezig houden met archiefwerkzaamheden. Er lagen nog zoveel afgewerkte dossiers in de kluis en dat zaakje moest nu maar eens opgeruimd worden.

Gelukkig had hij morgen een vergadering van het hoofdbestuur van de A.N.W.B. in Den Haag en kon hij er eens even uit. Daar was nu mooi de gelegenheid voor. Net toen hij het dunne stapeltje ochtendpost wilde doornemen, ging de telefoon.

“Ja, goedemorgen notaris. U spreekt met van Deutekom, directeur van de inrichting “Balkenschans”. Zou u misschien zo vriendelijk willen zijn vandaag even bij mij langs te komen? Eén van onze gedetineerden heeft problemen en die zou ik graag met U onder vier ogen willen bespreken. Het is nogal precair en daarom wil ik er liever telefonisch niet te veel van zeggen.”

Voormalige notariswoning aan de Moerheimstraat te Dedemsvaart.

De oude notaris nam zijn agenda en er werd afgesproken, dat hij zich die middag om drie uur zou vervoegen bij de directeur van “Balkenschans”.

De geboorteakte van Johannes Antonius Maria

Precies op het afgesproken tijdstip meldde de notaris zich bij de portier. Even later werd hij door de directeur ontvangen, die hem naar zijn werkkamer leidde.

“Ja, notaris”, begon de directeur, “ik zit met een probleem, of liever gezegd, één van onze gedetineerden zit in de moeilijkheden. Het betreft een zekere Jan, die al meer dan een jaar onze gast is. In die tijd heeft hij geen bezoek ontvangen van zijn vrouw. Gistermorgen ontving ik via de post een uittreksel uit het register van geboorten van de gemeente Berckenbanck, waaruit blijkt, dat op 12 februari 1947 in die gemeente een kind is geboren. Hier, leest u maar eens.”

De notaris nam het document aan en poetste zijn brillenglazen op. Hij las vervolgens:

Gemeente Berckenbanck. Arrondissement ‘s-Hertogenbosch, Volgnummer 9.

Heden, de veertiende februari negentien honderd zeven en veertig, verscheen voor mij, Arnoldus Hermannus Wilhelmus van Luysterburg, Ambtenaar van de Burgerlijke Stand der gemeente Berckenbanck:

Johannes Fredericus Maria van Opstal, oud één en vijftig jaren, fabrikant, wonende te Berckenbanck, die mij verklaarde, dat op den twaalfden februari dezes jaars, des namiddags half drie te zijnen huize in deze gemeente een kind is geboren van het mannelijk geslacht uit zijn dochter Leonora Frederica Maria van Opstal, onderwijzeres, wonende de Berckenbanck gemeld, echtgenote van Johannes Wilhelmus Maria van Treeswijk, aan welk kind wordt gegeven de voornamen: Johannes Antonius Maria.

Gedaan in tegenwoordigheid van Alexander Robertus Maria Raaymackers, oud negen en veertig jaren, huisarts en Matheüs Alexander Wilhelmus van Dinteloord, oud zes en twintig jaren, ambtenaar ter secretarie, beiden wonende te Berckenbanck als getuigen.

Waarvan akte, welke na voorlezing is getekend door mij, de comparant en de beide genoemde getuigen.

Was getekend, A.H.W. van Luysterburg – J.F.M. van Opstal – A.R.M. Raaymackers –  A.M.A.W. van Dinteloord.

Problemen voor de notaris

De oude notaris legde het document op het bureau van de directeur en keek hem vervolgens vragend aan. “Wat moet ik voor u doen”, vroeg hij.

De directeur schraapte zijn keel en zei, dat hij Jan in kennis had gesteld met de geboorte en dat deze daarna in grote woede was ontstoken en geschreeuwd had, dat het kind niet van hem was. Jan had een aanval van razernij gekregen. De dienstdoende arts van de inrichting had hem een kalmerende injectie moeten geven.

“Er zal dus”, vervolgde de directeur, “een akte moeten worden opgemaakt, waarin de ontkenning van het vaderschap door Jan wordt vermeld.”

De notaris keek bedenkelijk en fronste zijn wenkbrauwen. In die lange reeks van jaren, dat hij het notariaat uitoefende, had hij dit nog nooit meegemaakt. Hoe moest hij dit nu aanpakken?

Misschien dat het modellenboek voor het notariaat uitkomst kon brengen. De notaris stond op, nam afscheid van de directeur en zei, dat hij zo spoedig mogelijk op de zaak zou terug komen.

De akte ontkenning van het vaderschap

In het hele archief van de notaris en in dat van zijn voorganger kwam een dergelijke akte niet voor. Toch zou hij, met inachtneming van de nodige zorgvuldigheid, maar proberen er iets zinnigs van te maken.

Hij sloot zich op in zijn kantoor en bladerde in zijn oude trouwe Burgerlijk Wetboek. Ha, hier had hij het al. De dertiende Titel, Eerste Afdeling. Boek I. Artikel 307.

“De man kan de wettigheid des kinds ontkennen, indien hij bewijst, dat hij sedert den driehonderdsten tot den driehonderd tachtigsten dag vóór de geboorte van het kind, het zij uit hoofde van verwijdering, het zij door de gevolgen van eenig toeval, in de natuurlijke onmogelijkheid geweest is met zijn vrouw gemeenschap te hebben.”

De akte werd hierna met de meeste spoed geredigeerd en uitgetypt. Een dag later werd in de werkkamer van de directeur de betrokken akte getekend.

Hoofdschuddend over zo veel decadentie in het bevrijde Nederland anno 1947, verlieten de notaris met de oude en de jonge klerk de inrichting.

Nieuw geluk voor Leonora

Het huwelijk tussen Leonora en Jan werd ontbonden en het vonnis van echtscheiding werd ingeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand van de gemeente Berckenbanck.

Leonora en Jos trouwden enige tijd later in een klein plaatsje, ver van hun eigen woonplaats. In de betrokken huwelijksakte werd de wettigheid van het kind erkend door Jos.

Peter Makaske, amateur historicus