Meteen naar de inhoud

D.S.M. II

HET D.S.M.-COMPLEX

De terreinen der DSM (Dedemsvaartsche Stoomtramweg Maatschappij) in vogelvlucht, afgebeeld op een prentbriefkaart, die aan het begin van deze eeuw werd uitgegeven door de Firma G.J. Gelderman te Dedemsvaart. Alhoewel er veel te vertellen valt over de rijke historie van de DSM, dien ik mij in deze toch enige beperkingen op te leggen door -eveneens in vogelvlucht te volstaan met vermelding van slechts enkele feiten. Ik doe dus hier en daar maar een greep uit de vele gegevens, anders zou deze aflevering te lang worden.

De oprichting van de D.S.M. vond plaats op initiatief van de heer J.D. Ruys Tzoon, Huize “Moerheim”, op 15 juni 1885. Laatstgenoemde wist zich enige tijd later te verzekeren van de medewerking van de heren  Mr. W.J. Baron van Dedem, grondeigenaar, wonende in de gemeente Nieuwleusen, Huize ‘Rollecate’, C. Piek, lid Provinciale Staten van Overijssel, wonende Huize ‘Eikenhof, te Lutten en Jonkheer Mr. G.C. Junius van Hemert, die destijds in Huize ‘Dalvoorde”, nabij Sluis Vier woonde. De te Heemse standplaats hebbende notaris G. de Meijer trad later toe.

Op 12 oktober 1886 was de tramlijn gereed vanaf het NS-Station Dedemsvaart-Staatsspoor, (gem. Nieuwleusen), tot het dorp Dedemsvaart en aan het einde van dat jaar tot aan Heemse. In 1895 werd de tramlijn Dedemsvaart-Staatsspoor tot aan de Brink in Zwolle in gebruik genomen. De directie van de DSM zat echter niet stil en werkte verdere plannen voor uitbreiding van de tramlijnen uit, waardoor gedurende de periode 1897 tot 1908 nog de volgende lijnen gereed kwamen: Coevorden, Nieuw Amsterdam, Hoogeveen, Erica, Ter Apel en Meppel.

De eerste directeur van de DSM was Ir. Arend Plomp, zoon van de vervener B. Plomp, wonende in Huize ‘Landzicht’ aan de Langewijk. Hij werd in 1905 opgevolgd door dhr. Gerrit van Asselt, die onder meer heeft gewoond in het huis Moerheimstraat 1, waar nu Mevrouw G.W.M. Kappers-Melenhorst woont. Het eerste kantoor van de DSM was gevestigd in een pand op de hoek van de Kalkwijk (nu Julianastraat) en de Marktstraat en was eigendom van de Kerkvoogdij van de Hervormde Gemeente van Dedemsvaart. Het pand had ook dienst gedaan als pastorie. Momenteel is dit het winkelcentrum ‘De Vaart’.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog reed er ook nog een aantal bussen, op diverse lijnen. Toen ten gevolge van de oorlogsomstandigheden benzine steeds schaarser werd, maakte men gebruik van zogenaamde gasgeneratoren. Dit waren vrij hoge metalen kachels op wielen, die achter de bussen werden gekoppeld en met blokjes hout werden gestookt. Regelmatig moest de chauffeur tijdens de reis de bus verlaten om de rijdende kachel op te poken en van nieuwe brandstof te voorzien. In de laatste fase van de oorlog werden de trams van de DSM dikwijls beschoten door jachtvliegtuigen van de geallieerde luchtmacht. Op dinsdag 29 juni 1943 stond in de werkplaats van de DSM in Dedemsvaart een aantal autobussen, die door de bezetter ten behoeve van de ‘Wehrmacht’  waren gevorderd. Deze bussen zouden de volgende dag worden opgehaald. Op die bewuste dinsdag om ongeveer 18.45 uur stond plotseling het gehele gebouw in lichterlaaie, waardoor 7 bussen een prooi der vlammen werden. De brandweer van Avereest kon de enorme brand alleen niet aan en riep toen de assistentie in van de korpsen van Ommen en Hoogeveen. In het brandrapport werd destijds vermeld, dat de oorzaak van de brand onbekend was. Volgens geruchten en uit berichten in de ondergrondse pers van toen, zou de brand door toedoen van de illegaliteit zijn gesticht.

De laatste rit met de tram vond plaats in 1947. Het huidige DVM-complex werd op woensdag 12 juni 1985 door de toenmalige Minister van Verkeer en Waterstaat Mevrouw Nelie Smit-Kroes, officieel geopend.

Peter Makaske, amateur historicus

error: Inhoud is beveiligd! ©HVAvereest