Op zoek naar Sint Vitus

Hoe komt de Sint‑Vituskerk aan haar naam?

In dit artikel willen we de herkomst op sporen van de naam Vitus voor de RK kerk en parochie te Dedemsvaart.

De Sint‑Vituskerk te Dedemsvaart

De Dedemsvaartse Sint Vituskerk is uniek voor de regio Noordoost‑Salland. De kerk is gebouwd in een neo‑gotische stijl en is in dit gebied het enige kerkgebouw met deze bouwstijl. De neo‑gotische bouwstijl is een stijl die vooral in de 19e eeuw werd toegepast in de architectuur. De Dedemsvaartse Vituskerk is ontworpen door Alfred Tepe. Van hem zijn verscheidene kerkgebouwen in Nederland bekend. De huidige kerk dateert uit het jaar 1875 en kwam in de plaats van een oudere kerk die op dezelfde locatie heeft gestaan. De eerste Vituskerk te Dedemsvaart werd gebouwd in 1819‑1820.

De kerk bezit een interessant Maarschalkerweerd‑kerkorgel uit 1881 dat bijzonder mooi van klank is. Prachtig om te zien zijn de gebrandschilderde ramen uit het atelier van Nicolas (Roermond) met Bijbelse voorstellingen.

In de oorlog is de luidklok van de St. Vituskerk door de Duitse bezetters afgevoerd. Na de oorlog werd de Vituskerk opnieuw voorzien van eenluidklok en een Angelusklok.

De Vituskerk aan de Langewijk te Dedemsvaart.

Vitus

De kerk is in 1820 ingewijd door de toenmalige aartsdeken van Salland, de Zwolse pastoor Joannes Vitus Meijer. De naam Vitus voor de Dedemsvaartse kerk is ontleend aan de naam van de heilige welke ook pastoor Joannes Vitus Meijer in zijn naam heeft. Meijer was sinds 1779 pastoor te Zwolle en is naderhand ook korte tijd aartsdeken van Salland geweest (1819‑1821). De Sint Vituskerk aan de Langewijk te Dedemsvaart is de enige kerk die door Joannes Vitus Meijer werd ingewijd. Het is ook de enige Vituskerk in het dekenaat Salland. In de provincie Overijssel is mogelijk de voormalige kerk van Diepenheim gewijd geweest aan Vitus. Die kerk had vroeger een Vitus‑altaar en de torenklok uit 1366 vermeldde de naam “Viti” in het opschrift: “‑ S.V.O. 1366 VITI F.O.H. ‑” (= Als Vitus’ stem bidt, wordt de kracht gebroken van al wat huiver wekt). De klok is gebarsten en uitgeleend aan het klokkenmuseum te Heiligerlee.

Pastoor Joannes Vitus Meijer is geboren in 1750 te Deventer en aldaar gedoopt in de Lebuïnus‑statie. Zijn ouders waren Anthonij Meijer, koopman te Deventer en Johanna Maria Tack. Zij was afkomstig uit Emmerich. Noch Deventer of Emmerich, maar wel het nabij Emmerich gelegen Elten‑Hoog heeft een Vituskerk.

Vituskerk te Elten‑Hoog

De Vituskerk in Elten‑Hoog werd gesticht in het jaar 967 vanuit de abdij “Corvey”. Elten‑Hoog ligt vlakbij Emmerich.

Destijds was in Elten‑Hoog een vrouwenstift gevestigd. Vrouwen konden voor korte of langere tijd daar verblijven. Het was een stift en had daardoor geen verplichting tot het afleggen van een kloostergelofte. Het was geen klooster. De stiftzusters mochten het stift weer verlaten en mochten ook trouwen. Het stift is in 1802 opgeheven.

Hoewel mij daarover geen gegevens bekend zijn, is het zeer goed mogelijk dat dochters van de gegoede Emmerichse Rooms‑katholieke familie Tack een tijd als zusters (?) in het aan Sint‑Vitus gewijde stift te Elten‑Hoog hebben vertoefd of daaraan verbonden zijn geweest. Wellicht gold dit ook voor Johanna Maria Tack, de moeder van Joannes Vitus Meijer.

Haar zuster, Everharda Tack, woonde ook te Deventer en was getrouwd met Henrick Meijer. Overigens hadden Henrick Meijer en Everharda Tack in Deventer ook in de Lebuïnus‑statie een zoon laten dopen met de naam Vitus, deze ontving de naam Vitus Reijnerus Meijer.

De ouders van Joannes Vitus Meijer zijn later van Deventer verhuisd naar Emmerich. Zijn moeder kwam daar immers vandaan en haar familie woonde daar. Joannes Vitus Meijer ontving in Emmerich zijn eerste schoolopleiding.

De abdij  “Corvey” bij Höxter

De genoemde Vituskerk in Elten‑Hoog werd gesticht vanuit abdij “Corvey”. De abdij Corvey ligt bij de plaats Höxter (D), in het dal van de Weser. Nog weer vroeger is deze abdij gesticht op initiatief van Karel de Grote en vervolgens gebouwd door zijn zoon Lodewijk. In 836 is deze abdij gewijd aan Sint Vitus. De thans aanwezige schrijn (een mooi bewerkte kist voor een Kerkelijk relikwie) in “Corvey” was in de 16e eeuw ontworpen voor  het lichaam van Sint Vitus, dat vele eeuwen daarvoor was overgebracht vanuit Frankrijk naar “Corvey”. De abdij “Corvey” werd de basis voor veel Vituskerken in Noordwest‑Europa. In onze omgeving waren dat Winschoten en Elten‑Hoog. Het stift Elten‑Hoog kreeg bezit in het Gooi. Daar zijn sindsdien eveneens Vituskerken gesticht, o.a. in Naarden, Hilversum, Bussum, Huizen en Blaricum. Ook de kerken van Leeuwarden “Oldenhove” (nu alleen nog een toren), Blauwhuis, Well (Limburg) en Dedemsvaart zijn gewijd aan St. Vitus.

De schrijn (ontworpen voor het lichaam van Sint Vitus) is te zien in de abdij “Corvey”

Talrijk zijn de Vituskerken in het buitenland. Vooral in Duitsland en Tsjechië (Praag), maar ook in België en Oostenrijk.

Tegenwoordig is een deel van de abdij “Corvey” ingericht tot museum, waarin ook de schrijn van Sint Vitus een plaats heeft gekregen.

Over Sint Vitus

Als jongen bekeerde hij zich tot het Christendom. Ondanks het feit dat hij de zoon van keizer Diocletianus had genezen van een geestesziekte, zinde het de keizer niet, dat de jonge Vitus Christen bleef. De keizer heeft hem getracht te doden. Helaas is dat uiteindelijk ook gebeurd. Later is zijn lichaam overgebracht van Italië naar Frankrijk, nog weer later naar “Corvey”. Sint Vitus behoort tot een van de veertien “noodhelpers”.

Ria Rijnhart‑Froeling

Henk Jan Krikke

Bronnen

‑ L.Thien o.carm. “Geschiedenis van de Sint‑Vitusparochie te Dedemsvaart”. (Dedemsvaart 1970).

‑ Archieven. Zwolle, Deventer, Emmerich.

‑ Geschiedenis van Hoch‑Elten en de stiftkerk St.Vitus (brochure).

‑ Devotionalia, Veertien helpers in nood (8), 1997.  blz. 88‑90.

‑ Br. Adelhard Gerke osb. Der heilige Vitus in Corvey, 836‑1986. (Paderborn z.j.).

‑ J. Zijlstra/C.Timmer. “Honderd en één heiligen”; Uitg. NCRV. (Kampen z.j.) blz. 130.

‑ Stichting Drents‑Overijsselse bedehuizen. Bulletin nr. 5 (Delden 1992). blz. 8‑9.