DE B-24 LIBERATOR PORTLAND ANNE

Op biddag, 8 maart 1944, kwam op Den Oosterhuis een Amerikaanse bommenwerper neer. Het vliegtuig lag op een stukje land van de broer van Wicher v.d. Beld, ongeveer tussen de boerderijen van Kramer en G.W. Prins.
Het vliegtuig werd bewaakt door Duitse militairen en fotograferen was streng verboden, maar het is Wicher toch gelukt om een foto te maken van deze bommenwerper.
Door toedoen van mevr. van de Beld zijn wij in het bezit gekomen van de foto.
In het boek "De Dedemsvaart zijn stad, streek en dorpen in de 20e eeuw" heb ik het verhaal van dit vliegtuig, zoals het in mijn herinnering lag, weergegeven.

"Ooggetuige verslag van een inwoner uit Balkbrug"
Op biddag 8 maart 1944 des middags tussen 2 en 3 uur, kwam uit zuid-oostelijke richting een Amerikaanse bommenwerper aan zweven, waarvan de motoren uitgevallen waren. Bijna boven Balkbrug aangekomen maakte het vliegtuig een kleine zwenking naar rechts, om de glijvlucht in meer noordelijke richting voort te zetten en uiteindelijk op Den Oosterhuis geluidloos te landen. Zonder schade aan te richten landde het toestel achter het huis bewoond door de familie Kramer. Bij de zwenking naar rechts boven Balkbrug, viel er iets uit het vliegtuig en enkele seconden later ontplooide zich een parachute. De laatste man uit het toestel, vermoedelijk de piloot, zweefde richting het zuiden. Hij is neergekomen bij het Canadabos, even ten zuiden van de Ommerschans. In het Canadabos heeft de piloot de nacht doorgebracht, verstopt door enkele verzetsmensen waarbij hij werd gewezen op twee boerderijen bewoond door de families Roelof en Peter Bijker. Mocht er onverwachts iets gebeuren dan kon hij daar terecht. De volgende dag is hij door het verzet opgehaald en via de pilotenvluchtlijn weer veilig aangekomen in Engeland."
Naar aanleiding van gesprekken met diverse mensen over dit onderwerp, werd ik gebeld door Klaas van Leusen uit Hattem. Hij was in het bezit van een boek met daarin het verhaal van de bommenwerper en zijn bemanning.
Het verhaal van de man die het laatst uit het vliegtuig sprong, Odell Hooper, is voor ons erg interessant.

 

De B-24 Liberator Portland Anne.

 

"Portland Anne en Black Dog
Staf-sergeant Odell Hooper was boordwerktuigkundige en schutter aan boord van de B-24 Liberator Portland Anne. Op 8 maart 1944 was Berlijn wederom - na de beruchte missie van 6 maart - het doelwit van 540 Vliegende Forten en Liberators.
Bij voldoende helder weer was het de kogellagerfabriek in Erkner; zo niet, dan was het doel van secundair belang. Aangezien men van helder weer nimmer zeker was, werd uiteindelijk het centrum van Berlijn het hoofddoel.
Op deze tocht verloren de Amerikanen 37 bommenwerpers. Boven ons land kwamen er 7 neer en onder hen was de Portland Anne te Balkbrug in Overijssel. Het toestel behoorde tot het 732 Bomb Squadron van de 453 Bomb Group met als gezagvoerder Evertt Ehrmann. Het toestel was voor het laatst gezien in de buurt van Celle met rook uit een van de motoren. 
Omstreeks 16.00 uur raakte het toestel de grond in de buurt van Oosterhuis, 3,5 km ten oosten van Avereest, waarbij het voor 85% werd beschadigd. De romp werd over de hele lengte opengereten. De buikkoepel werd uit de romp gerukt. Op het toestel stond voorop in grote letters: Portland Anne.
Alle bemanningsleden slaagden erin om het toestel bijtijds te verlaten per parachute: zes in een eerder stadium en vier vlakbij de plaats van de crash. Zes bemanningsleden wisten aan arrestatie door de Duitsers te ontkomen: gezagvoerder Evertt Ehrmann, tweede piloot H. Hammon, navigator Marlowe B. Olson, rechterzijluikschutter Paul H. Moseley, staartschutter Michael Kopczat en bommenrichter Walter Kendall. Van deze zes werden Ehrmann en Kendall op hun vluchtroute gearresteerd, resp. in Montbeliard en Luik. De radiotelegrafist Donald Anderson werd nog op de dag van de crash gearresteerd.
Er resteren nog 3 bemanningsleden: Morgan Hartman, buikkoepelschutter, Bon. Boswell, linkerzijluikschutter en tenslotte Odell Hooper. Van deze laatste is te melden, dat hij in contact kwam met de illegaliteit en een uitgebreide omzwerving maakte door ons land. Erp werd voor hem de 12de plaats, waar men zich over hem ontfermde. Ook Bon. Boswell ontsnapte aan de Duitsers.
Het was ongeveer 4 uur in de middag, dat Hooper aan zijn parachute naar beneden zweefde; het was bitter koud. Hij viel in een sloot met een begroeide oever en verborg zich tot het donker werd. Hij vond een hooimijt, waarin hij de nacht doorbracht en maakte de volgende dag contact met een boer. Deze verborg hem in een nabij gelegen bos. Daar bleef de Amerikaan twee dagen. Later kwam hij in huis bij de gemeente-veldwachter Gerrit-Jan Toorn in Dalfsen, bij wie hij ongeveer drie weken verbleef. Overdag moest hij zich schuilhouden op de bovenverdieping; ‘s avonds kon hij in de woonkamer zitten. Als er aan de voordeur gebeld werd, ging de heer Toorn met zijn politiehond naar de deur. "Even geduld, dan zal ik de hond wegdoen"riep hij dan tegen het bezoek om op deze wijze piloten of onderduikers de kans te geven naar boven te gaan.
Vervolgens werd hij per auto naar Ommen gebracht: een 7-persoons Chevrolet van de brandweer van Dalfsen! 

Onderstaande gegevens heb ik ontleend aan het boek "Pyama-House" van Dr. Frans Govers.
"Op 28 april treffen we hem (Odell Hooper) aan in huis bij Meewis, samen met Leone. 
Daar zaten op dat moment ook Boyer en Miller. Clem Leone was radiotelegrafist van de B-24 Liberator Black Dog. Een groen gecamoufleerd toestel met op de staart een grote witte cirkel met daarin een grote blauwe letter F als herkenningsteken voor 445-Bomb Group. De bemanning vloog de zevende operationele vlucht op de 24ste februari 1944 met een bombardementsvlucht naar Gotha. Tijdens de vlucht explodeerde - na aanvallen door een Duitse jager - dit toestel boven ons land, nadat vijf mannen eruit gesprongen waren. Ze zagen het toestel exploderen en te pletter slaan bij Hardenberg (Ov.) . De Tweede piloot verliet als eerste het toestel, maar werd door Duitse jagers bestookt. Clem Leone verliet als laatste de Black Dog en kwam ook neer in de buurt van Hardenberg. Alle vijf mannen, die de afdaling overleefden, werden gevangen genomen. Leone slaagde er echter in om tijdens de tocht naar het plaatselijke politiebureau te ontsnappen. Twee maanden later werd hij samen met Odell Hooper naar Amsterdam gebracht. Ze verbleven daar in de woning van Carl Meewis.
Op 6 juni werden Hooper en Leone naar Veghel gebracht door W. van der Heyden en H. van Cleef. Boyer en Miller waren eind mei al langs dezelfde weg naar Erp gekomen. In Veghel stond een familielid van de Ottens te wachten. De twee begeleiders met de twee Amerikanen fietsten daarna naar Erp. Van Cleef en van der Heyden bleven de nacht over bij de Ottens en vertrokken de volgende dag weer naar Amsterdam. Op die zevende juni werden door Antoinette en Harrie Otten, Hooper en Leone al weer overgedragen aan Cor van Laanen. Ze bleven veertien dagen bij de fam. G. van Roy in Schijndel en daarna in Sprang-Capelle en Kaatsheuvel. Via de Lijn André ging het naar Antwerpen, waar ook zij in de val liepen. Van Hooper is bekend, dat hij na een zware tijd in Duitse kampen in 1945 naar huis terugkeerde."
Wij zijn de heer Govers erkentelijk voor het mogen gebruiken van enkele passages uit zijn boek.
Odell Hooper heeft jaren later deze omgeving weer bezocht.
Hierover heeft een verslag in de krant gestaan. Misschien weet iemand hier iets van, of heeft het betreffende krantenknipsel bewaard. Graag reactie!

Jan Nijensikkens.

 

 

Ga terug