SLUIS ZES EN OMGEVING (2)


Ging het de vorige keer hoofdzakelijk over de ”overkant”  bij Sluis Zes, nu gaat het over de andere kant, d.w.z. over  gedeeltes van de Langewijk, van de noordkant van het Rheezerend en van de Rollepaal.
 
Langewijk
De middenstand was daar goed vertegenwoordigd. Voor mijn gevoel begon Sluis Zes zo’n beetje bij fietsenmaker Hendriks, d.w.z. een paar honderd meter oostelijk van de Gereformeerde kerk aan de Langewijk. Blijven we aan deze kant en gaan we richting Coevorden, dan zijn er heel wat middenstanders op te noemen tot en met Aïzo Krikke (Rheezerend).
Bij fietsenmaker Hendriks heb ik, van eigen gespaard geld, mijn eerste fiets gekocht: een Gazelle. Prijs: f 150,--.  De rekening heb ik jaren lang bewaard. Naast Hendriks woonde de familie Minke in de statige villa ”Casa Bella” . De Heer Minke was eigenaar van de confectiefabriek ”Delana”. Even voorbij de villa stond het huis van schoenlapper Berkenpies. Hij was niet de enige, want een eindje verder was daar Evert Hertsenberg gevestigd met zijn schoenenzaak. In dezelfde buurt woonden ook twee kruideniers: de Albinozaak van Van Dijk en die van Steenbergen. Supermarkten waren er nog niet, dus de groente en aardappelen werden gehaald bij groenteboer Wassens, waar je ook heerlijke stoom- en spekbokking kon kopen.
Schuin tegenover de familie Minke, aan de zuidkant van de Langewijk, woonde de familie Omvlee. Bij hen lag altijd een bootje klaar om over te steken naar de overkant. Zij woonden daar in  een boerderijachtig woonhuis, waar ze  als hobby een aantal schapen en koeien hielden. Omvlee had  bij de gemeente een functie in de buitendienst.   

 

De woning van de familie Omvlee aan de zuidzijde van de Langewijk.

 

Naast de familie Minke woonde petroleumboer Moes. Later werd hij begrafenis-ondernemer en kwam hij dus op een heel andere manier met de mensen in aanraking.
Bij Hertsenberg liep een pad achteruit. Aan dat pad woonde de familie Mulder. Jan Klaas woont daar nu nog als enig overgeblevene van het gezin. Zijn ouders kwamen in 1911 vanuit Staphorst naar Dedemsvaart. Jan Klaas werd geboren in 1915, nadat zijn zussen Klaasje en Margje daar ook al geboren waren. Jan Klaas weet nog veel van vroeger te vertellen, o.a. dat b.v. Steenbergen, de kruidenier, de boodschappen met paard en wagen rondbracht. Van bakker Bakker vertelt hij, dat deze met de bakkersmand voorop de fiets overal in het dorp het brood bezorgde. In het Achterveld, waar toen nog een zandpad was, leidde dat tot problemen. De bakker zette dan de bakkersmand op de grond en ging met gevulde ”karbiezen” verder het brood rondbrengen.
Na Hertsenberg kwam de smederij van Wijbenga, die evenals zijn collega's Henny en Herman Wielenga een eindje verderop, zorgde voor het beslaan van de paarden.

 

Jan Klaas Mulder, een boer in hart en nieren.


Een eindje verder woonde de familie Wierbos. Hij oefende daar een uitgestorven en niet meer toegestaan beroep uit: huisslachter, d.w.z. hij slachtte de varkens bij de mensen thuis. Daarnaast viste hij in het gebied tussen Beute (kruising Langewijk/Het Rak) en Sluis Zes. De gevangen vis was bestemd voor de notaris, de dokters, enz. Als het schaatstijd was zorgde Wierbos ervoor, dat er chocolademelk gedronken kon worden.
In hetzelfde pand als Wierbos woonde Wibier, bij wie je, als er ijs was,  schaatsen kon laten slijpen.  
Haasjes was één van de volgende winkels: een confectiezaak waar je ook je ladders in de nylonkousen kon laten ophalen. Dat deed Fenna, een zus van Jan Haasjes. De confectiezaak was ooit begonnen door de vader van Jan Haasjes, die getrouwd was met Henderikje Victorie. Zij woonden op de Heinbaaswijk in een eigen boerderijtje. Naast het boerenwerk had Haasjes sr. een baan bij rozenkwekerij ”Moerheim”. Tijdens de mobilisatie (1914-1918) liep hij een bloedziekte op, zodat hij ander werk moest zoeken en zodoende kwam hij in de manufacturenhandel terecht. Hij ging wonen naast villa ”Casa Bella” aan de Langewijk. Helaas werd Haasjes steeds zieker, zodat Jan jr. op 14-jarige leeftijd de handel van zijn vader overnam. Zijn zussen Fenna en Henny deden de winkel en naaiden erbij. In 1935 werd een eindje verder een nieuw huis gekocht (nu bewoond door de familie Van der Heide). Jan jr. trouwde in 1939 met Johanna Reurink (nu 92 jaar oud). Zij kregen samen vier kinderen: Henny, Henk (overl. 1998), Jan en  Alex. In 1961 verkocht Jan Haasjes het winkelpand aan fietsenmaker Jonker. Jan Haasjes nam de winkel over van Jan Hoogeveen aan de Julianastraat. Tot op de dag van vandaag is daar nog de winkel van de familie Haasjes, nu gespecialiseerd in damesmode, lingerie en huishoudtextiel.

 

Het winkelpand van de familie Haasjes, Langewijk 440.


Bij fietsenmaker Jonker kon je voortaan dus terecht voor je fiets, maar ook kon je er rond  oud- en nieuw-jaar terecht voor het lenen van zijn ”kniepertiesijzer” voor het bakken van de traditionele ”knieperties”.
De Kleer was de volgende middenstander, die trouw elke dag de melk uitventte en de mensen met een gieter van de gevraagde melk voorzag. Ook bezorg-de hij de mensen gezellige avonden met zijn tover-lantaarn. Melkboer de Kleer was een goed strip-tekenaar. De tekeningen liet hij dan via zijn tover-lantaarn zien aan de mensen in de buurt: Een pracht-vermaak in het televisie-loze tijdperk! De Kleer woonde met zijn gezin in een karakteristieke boerderij, gekocht van ene mijnheer Baron in de jaren dertig. Allerlei activiteiten hadden al in dit pand plaats gevonden, zoals een kaasmakerij, een bakkerij. Kapper Jan Hein begon hier zijn eerste zaak als kapper. Helaas is de boerderij afgebroken.
Jan van der Blom, getrouwd met Aaltje van Haeringen, bewoonde het volgende huis. Dit huis hadden Hendrik van Haeringen Gzn. en zijn vrouw Dirkje van der Graaf, (ouders van Aaltje van Haeringen) laten bouwen in 1925. Dat gebeurde tegelijkertijd met de ophaalbrug over de Rollepaal. De familie Van Haeringen had eerst gewoond op een boerderij tegenover het Colenbrandersbos. Op deze boerderij, Rheezerend 186, is nu een minicamping gevestigd. Van der Blom was directeur/eigenaar van hout- en bouwmaterialenhandel Stegeman. Het huis van de familie Van der Blom werd goed in de gaten gehouden door ene tante Ant van de familie Van Haeringen, die verderop woonde. Het was koninginnedag (vlak na de oorlog) en de vlag ontbrak bij Van der Blom, waarop tante Ant verontwaardigd naar hen toeging en zei: ”Jullie bint toch niet rood, jullie hebt de vlag niet uut en ’t is nog wel koninginnedag!”
Daarnaast was de sigarenzaak van Kooistra . Hij zorgde er voor, dat de winkel ’s morgens vroeg open was, want dan konden de werknemers van de Delana-fabriek en andere bedrijven, nog juist voordat ze begonnen met werken hun voorraad  rookwaren aanvullen.

Rheezerend
Bij café ”De Sluis” van Gerard Krikhaar, bij de bushalte, kon men de inwendige mens verzorgen met een natje en een droogje. Het café bestond al sinds ongeveer 1880. Daarvoor was het pand eigendom van de provincie Overijssel en diende lange tijd als wachtruimte voor de tram, die daar langs kwam. In 1885 werd woonhuis met winkel en café gekocht door Herman Johan Martin Minke ten behoeve van Hendrikus Krikhaar. In 1926 ging het bedrijf over in handen van zoon Gerhardus Hermanus Krikhaar, die er met zijn vrouw tot 1964 de scepter zwaaide. In de beginjaren 1950 werd door een grondige verbouwing de winkel afgestoten en bij het café gevoegd, zodat het café met de boerderij kon worden voortgezet. Bovendien werd naast het café een automatiek gebouwd, waar veel personeelsleden van de Delana gebruik van maakten, aangezien er op de Delanafabriek geen kantine was. Krikhaar en zijn vrouw Wolthera Maria Schiller kregen samen vijf kinderen: Truus, Henk, Jan, Mieke en Gerard, van wie Henk tot 1987 het bedrijf voortzette.

 

Café "De Sluis" van de familie Krikhaar.

 

Tussen Krikhaar en de bakkerij van Piet van den Berg stond een paardenschuur. Deze werd gebruikt voor de trekpaarden van de scheepsjagers. Deze paarden trokken de schepen in de Dedemsvaart en konden in de schuur overnachten.
Bakker Piet van den Berg had behalve zijn bakkerij ook een kruidenierszaak. Stientje was in die tijd zijn trouwe hulp. Rond sinterklaastijd keek iedereen uit naar de prachtig opgemaakte sinterklaastafel in de kamer naast de winkel. Piet van de Berg stond er om bekend, dat hij de huisvrouwen graag wat extra’s toestopte, b.v.  kapotte koekjes voor in de pudding! Voor de schippers verkocht hij speciale schippersklompen met een leren bandje.
In de fraaie villa naast Van de Berg woonde de weduwe Bouwman, familie van Wildeboer schuin tegenover haar, dus aan de andere kant van het kanaal.
(Nu staat er tussen het pand van Van de Berg en genoemde villa, de bungalow van Gerard Krikhaar jr.). Later werd in het huis van mevr. Bouwman het postkantoor gevestigd, o.l.v. van mevrouw Jager-Koster.  
Genoemde kapper Hein was de volgende zaak. Bij de jeugd was hij geliefd, want hij kon zo mooi golven in je haar leggen! Van heinde en ver kreeg hij zijn klanten, bij voorbeeld ook vanuit Drogteropslagen!
Smederij Wielenga daarnaast was al een oud, gevestigd bedrijf: Henny en Herman runden daar de smederij. Hun vader was daar een zaak begonnen zo rond de eerste wereldoorlog. Nadat er geen brood meer te verdienen was met het beslaan van paarden, begonnen ze een nieuw bedrijf. Twee huizen verder  woonde loodgieter Ridder. Zijn vader was afkomstig uit Hoogeveen.
De varkens- en runderslagerij van Toon Winkelman daarnaast was een goed beklante zaak: Hij was immers de enige slager aan Sluis Zes! Hij slachtte zelf de koeien en de varkens, zoals trouwens in die tijd nog heel veel slagers deden. Hij verkocht heerlijke  lever-worst. Slager Winkelman had de zaak in 1949 van zijn vader overgenomen. In 1970 werd deze zaak verkocht aan slager Kosse en Winkelman vertrok naar Emmen met zijn vrouw om later toch weer terug te keren naar Dedemsvaart. Op dit adres woont nu slager Hoogeboom.    
Aannemer Sikko Koster leidde vanuit het volgende pand het aannemersbedrijf van hem en zijn broer Willem. Zij hadden het bedrijf overgenomen van hun vader Willem Koster, getrouwd met Jeltje Klaver, afkomstig uit Friesland. Deze Willem Koster deed van alles: hij was timmerman, maar ook elektriciën. Hij bouwde zijn eigen radio met behulp van stroom, ver-kregen via de zuivelfabriek ”Op Hoop van Zegen”. Verder was hij ook beschik-baar voor het scheren van overleden mensen; hij kwam immers toch bij de mensen aan huis om de kist te brengen. Dan ging het in een één moeite door. In zijn tijd wist hij ook al te vertellen, dat er een tijd zou komen dat mensen elkaar op hetzelfde moment live zouden kunnen zien op zeer grote afstand (televisie)!
Later is het bouwbedrijf Koster verhuisd naar Ermelo. Als je daar rond rijdt, kom je de naam nog wel eens tegen bij nieuwbouwwerken.
In het grote pand iets verder was voorheen de houtstek Balkema gevestigd, waar vroeger planken werden gedroogd. In een telefoongids uit 1910 is te zien dat Balkema toen één van de weinigen was, die in het bezit was van telefoon. August Aimé Balkema was de zoon van de houthandelaar Sijbrand Harkes Balkema en Antje Tjitske Gelderman. August Aimé overleed op 4 september 1996 in een Rotterdams verzorgingstehuis. (In HVA 1996/4 staat een verhaal over August Aimé van P. W. van Buuren.)  
Weer verder voorzag de benzinepomp van Van der Laan de auto’s van de nodige brandstof, ook had hij een taxibedrijf.
Nog iets verder was de winkel met huishoudelijke artikelen van Aïzo Krikke Dit pand is afgebroken en opnieuw in oude stijl opgebouwd. Nu woont daar de zoon van Aïzo Krikke: Roelof  Krikke.
Een andere zaak met huishoudelijke artikelen was die van weduwe Veldman aan de Langewijk (”De Ster”) tegenover de Groen van Prinstererschool. Zij had die overgenomen van Henk van Veen, die daar weg ging om zich te vestigen in Canada. (Tegenover Mw. Veldman stond de ”kazerne”, een wit geschilderd gebouw, waarin een aantal families woonde. Toen de Groen van Prinstererschool werd gebouwd, is dit pand afgebroken.)

De Rollepaal
Gaan we de Rollepaal op, dan was daar destijds op de hoek (Rollepaal/ Langewijk) maalderij Varwijk. In deze maalderij was een grote weegschaal. Menigeen liep daar naar binnen, niet voor  meel, maar om zich te laten wegen! Vanaf het terrein liep een slootje voor de afvoer van olie e.d. uit de maalderij. De jeugd mocht daar graag slootje springen. O wee, als je dan in de sloot viel!
Bij de Rollepaal werden de paarden gekeurd. Dit ten behoeve van het paardenfonds. De boeren konden daar de waarde van hun paarden laten bepalen. Waren ze bij het paardenfonds aangesloten, dan konden ze in geval van b.v. het voortijdig doodgaan van het paard, 80% van de vastgestelde waarde van het paard uitgekeerd krijgen.
Vlak voor de brug over de Langewijk woonde kapper Blok. Op 5 december kwam daar altijd Sinterklaas met zijn pieten naar buiten.  Er was niemand, die hem ooit naar binnen had zien gaan! Kapper Blok hield zich ook bezig met het geven van dansles. Hij had een dansschool op de bovenverdieping van zijn woning.
Over de brug woonde Takken, die bij Varwijk werkte. Daarna kwam je bij de brood- en koekbakkerij van Lucas Nanning, getrouwd met Antje Blokzijl, dochter van Klaas Blokzijl (handelaar in textiel) en Nel Teekman. Heerlijk waren de geuren, die daar vandaan kwamen! Lucas Nanning nam rond 1945 de zaak over van zijn vader Berend Nanning. De zaak groeide uit tot een groot bedrijf: immers overal in de buurt van Dedemsvaart kom je de naam Nanning tegen.

 

Confectiefabriek "Delana".

 

Tussen Nanning en de Delanafabriek bevond zich de kwekerij van de familie Beumer. Deze kweekte onder zgn. platglas, d.w.z. in lage kassen op ongeveer kniehoogte. Daarbij ging het om komkommers, sla en postelein. Grootvader Klaas Beumer was daar met de kwekerij begonnen in het begin van de jaren 1900. Zijn zoon Hendrik Jan, getrouwd met Aaltje Batterink, zette het bedrijf voort tot in de jaren zestig. De gemeente had toen de grond nodig voor uitbreiding van het industrieterrein.  
Met bussen kwamen de werknemers naar de daarnaast gelegen confectiefabriek ”Delana”. Dat bedrijf was een belangrijke bron van werkgelegenheid. Na ”Delana” kwamen op het industrieterrein ”De Rollepaal”  allengs meer bedrijven: onder meer machinefabriek Klaver, kledingfabriek Steendam en Wehkamp Postorders. Hier waren niet zoveel woonhuizen, dus ’s avonds kon men daar ook vaak de muziekvereniging ”Jubal” horen oefenen.
Nu, in het jaar 2004, zijn de fabrieken er nog steeds, maar van de winkels  zijn er niet veel overgebleven.  

 

Wil Wytzes-Bakker

 

Ga terug