Sluis Zes en omgeving (3)

In dit deel volgen nog enkele aanvullingen op de vorige verhalen. Uiteraard is er nog veel meer te vertellen over Sluis Zes in de jaren vijftig. Daarom wil ik ook niet suggereren, dat nu alles verteld is over dit onderwerp. De opzet was herinneringen aan Sluis Zes te noteren met behulp van vragen aan bewoners uit die tijd. En dan blijkt, dat ieder zich heel verschillende gebeurtenissen herinnert, waar anderen niets meer over weten!

Allereerst over schilder Postma en zijn gezin. In 1934 was Gooitsen Postma getrouwd met Riek Kwant. In 1936 begonnen zij samen een schildersbedrijf en een winkel in drogisterijwaren en aanverwante artikelen in het pand, staande tussen de villa van mevr. Bouwman en de smederij van Wielenga. Janny, de oudste dochter, moest vaak helpen in de winkel en in de lunchpauze kwamen de meisjes van de Delanafabriek om er drop te kopen. Zij vroegen keer op keer of er geen andere zakjes waren voor de drop, want die witte zakjes kraakten zo en ze mochten natuurlijk niet eten tijdens de werkzaamheden. Janny's moeder heeft naar aanleiding daarvan bruine zakjes ingekocht en die waren niet te horen! Daar hebben ze veel plezier aan beleefd!
Later verhuisde de familie Postma met de kinderen Gooike, Janny, Willie, Anke en Arieanne naar het pand aan de Langewijk, dat stond tussen petroleumboer Moes en de kruidenierszaak Albino. Op dit huis was de naam Linquenda (Niet steeds hier blijvend) aangebracht. Dat was gedaan door de vorige bewoner: de heer Willemse. In het huis, waar schilder Postma zijn zaak begonnen was, woonde later kapper Hein, over wie in deel 2 al verteld is.



Links op de foto is nog net het pand van Van der Berg te zien, daarnaast het pand
waarin de families Michel en Kats woonden.

 

Naast bakker Van de Berg stond een dubbel woonhuis, waarin aan de westzijde Hendrik Michel met vrouw en kinderen woonde. Voorheen was dit gedeelte een winkelhuis van de familie Zweers. Aan de oostzijde woonde de familie Kats met drie kinderen. Het huis werd gehuurd van caféhouder Krikhaar. In 1954 verhuisde de familie Kats naar de Moerheimstraat.
In genoemd pand naast bakker Van de Berg heeft ook schipper Pieter Franken gewoond. Hij had een houten been en is later verhuisd naar de Parklaan, waar hij de eerste bewoner was.
Schoenmaker Berkenpies had een schoenmakerij, zoals reeds vermeld. Hij had al in een vroeg stadium een elektrische machine om daarmee de schoenen te repareren. Er was echter een probleem: hij durfde de machine nauwelijks aan te raken en bleef dus alles toch maar met de hand doen.
Petroleumboer Moes heeft nog lange tijd (tot 1971) petroleum verkocht! Blijkbaar waren de huisvrouwen tot in lengte van dagen gehecht aan de voordelen van de petroleumstelletjes!
Tot zover enige aanvullingen.

 

Wil Wytzes-Bakker

 

Ga terug