DE LUCHTWACHTTOREN IN DEDEMSVAART

 

Korps Luchtwachtdienst in Dedemsvaart

In 1950 besloot Defensie het Landelijke Korps Luchtwachtdienst op te richten. Het werd een onderdeel van de Kon. Luchtmacht. Het doel was tijdig te kunnen waarschuwen voor vijandelijke luchtaanvallen. Het KLD (Korps Luchtwachtdienst) moest vijandelijke vliegtuigen signaleren, die op minder dan 1500 m hoogte overvlogen. De radar in die jaren kon laag overvliegende vliegtuigen niet opmerken. Het Nederlandse KLD werd opgezet naar het voorbeeld van het Royal Observers Corps. Deze Engelse luchtwachters hadden in de Tweede Wereldoorlog goede diensten bewezen. Al direct na het besluit in 1950 werden in Nederland in hoog tempo 276 luchtwachtposten opgezet, vaak op bestaande hoge bouwwerken, o.a. fabrieksgebouwen en torens. De luchtwachters moesten vrij uitzicht hebben. In 138 gevallen werden er speciaal daarvoor nieuwe luchtwachttorens gebouwd. Ook in Dedemsvaart werd er één gebouwd. Deze verrees op het gemeentelijk terrein achter het gemeentepark. Het werd een toren van zesentwintig meter hoog; dat was nodig om over de hoge bomen van het park heen te kunnen kijken. De toren stond daar, waar nu de gebouwen van Jubal en Scouting staan.

 

KLD in de regio

Samen met Hardenberg en Den Ham vormde Dedemsvaart één kring. In Hardenberg was de afdeling gevestigd op de Haarmolen en in Den Ham op het dak van een fabriek. Zo'n groep heette een kring en die bestond uit 3 bekers: beker I, beker II en beker III. De onderlinge afstand daartussen was ca. 16 km. De luchtwachtgroep viel onder het commando in Deventer, waarmee men in directe verbinding stond, ook bij de maandelijkse oefening. Het team in Dedemsvaart bestond uit zestien tot twintig personen, waar ik toen als sergeant‑postcommandant aan verbonden was. De teamleden waren meestal buitengewoon dienstplichtigen. Bij de oefeningen werd ons voorgehouden, dat wij in tijd van nood (het was immers in de koude oorlog), dezelfde positie en plichten hadden als militairen. De wapenspreuk was "Nil Vigilante Prigilit" (Niets zal de waakzamen voorbijgaan).

 

Theorie en praktijk

Een belangrijk onderdeel van het KLD was vliegtuigherkenning; hierin werd elke week geoefend. De ene week in Dedemsvaart, daarna in Hardenberg en vervolgens in Den Ham. Je moest in een paar seconden kunnen zien welk type vliegtuig het was. Vrij vaak werden wedstrijden gehouden waarbij wij (Beker I) zelfs in de prijzen vielen. Eens in de maand oefenden wij op de toren. Eén keer per jaar was er een landelijke wedstrijd in Den Haag. Aldaar kwam ik op zekere dag in gesprek met een luitenant‑vlieger. Op de vraag waar ik vandaan kwam, antwoordde ik: "Van de luchtwachtpost Dedemsvaart". Hij zei: "O, ja, die hoge toren tussen Zwolle en Coevorden. Nou, als ik weer moet vliegen voor het KLD, kom ik eens over." Dat deed hij ook! Hij kwam met een Meteor‑straaljager over en groette en passant ons team.

 

Laagvliegers

Op zekere keer, bij een oefening, meldde de groep "Hardenberg", dat er een Dakota naar onze richting vloog. Hoe wij ook speurden, wij zagen niets. Plotseling verscheen er echter een vliegtuig boven het Colenbrandersbos; tot die tijd had het laag over de landerijen gevlogen.

Het "spotten" van vliegtuigen was dus van groot belang. Russische gevechts-vliegtuigen hebben we hier echter nooit in de lucht gezien, ook niet bij een oefening. Eén van de keren, dat het er echt toe deed was bij de Cuba‑crisis in 1962. Het KLD moest toen extra alert zijn. Gelukkig is er hier toen geen vijandig vliegtuig gesignaleerd. In die nacht vlogen, net ten noorden van Groningen, Amerikaanse B‑52 bommenwerpers over op missie.

 

Het einde van het KLD en de luchtwachttoren

Met de komst van steeds snellere straaljagers (Starfighters) werd het moeilijker voor het KLD om vliegtuigen te "spotten". Het "spotten" op zich (het zien en evt. horen) ging nog wel, maar het tijdig doorgeven aan het Commando in Deventer gaf te veel vertraging. Een straaljager bleek dan al veel te ver weg te zijn. Het KLD werd door deze ontwikkeling ingehaald. In 1962 werd het Korps Luchtwachtdienst opgeheven. Er was toen ook geen behoefte meer aan een hoge luchtwachttoren. De Dedemsvaartse luchtwachttoren was gedurende twaalf jaren een opvallend hoog bouwwerk, maar in 1962.

Wim van Haeringen 

 

 

Ga terug