ONTHULLING JOODS MONUMENT (1)

Op dinsdag 6 april vindt de onthulling plaats van een joods monument in Dedemsvaart. Het wordt een David-ster met opschrift, verzonken in het plaveisel van het trottoir bij de drankenzaak Mitra aan de Markt. Op de plaats van het zakenpand heeft ooit de synagoge van de joodse gemeenschap in Avereest gestaan.

Wie het monument zal onthullen en op welk tijdstip van de dag, was bij het afsluiten van dit nummer nog niet bekend. Dat zal ongetwijfeld nader bekend worden gemaakt tijdens de jaarvergadering van onze vereniging, die op 30 maart wordt gehouden (en waaraan elders in dit nummer aandacht wordt gegeven). Het monument, dat door een Dedemsvaartse steenhouwer is gemaakt, komt op de plaats waar de bus heeft gestaan waarin in de avonduren van 2 oktober 1942 een deel van de joden uit Avereest werd weggevoerd naar Westerbork, om vervolgens de dood te vinden in de vernietigingskampen van de Duitsers. In de morgenuren was reeds een eerste deel afgevoerd.

Het bestuur van de Historische Vereniging deed in januari 1991, toen in het Avereester gemeentehuis de tentoonstelling "Het joodse leven in Overijssel" werd geopend, de mededeling dat het zich wilde inzetten voor het oprichten van een monument, dat zou herinneren aan de joodse gemeenschap. Er werd de gelegenheid open gesteld om voor dit doel geld over te maken, wat tot nu toe tot een bedrag van f 2.315,- gebeurde. Er vond overleg met het gemeentebestuur over een aantal aspecten, waaronder de financiële kant, plaats. De raad heeft intussen als alles volgens plan is verlopen- besloten om f  4.735,- beschikbaar te stellen, omdat het monument en het plaatsen samen f 7.050,- kosten. "Gelet op het belang van het levend houden van de herinnering aan de historische gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog, met name ook in het licht van de huidige afnemende tolerantie ten aanzien van minderheden, stellen wij uw raad voor medewerking te verlenen aan de plaatsing van dit monument'" schreef het college van burgemeester en wethouders aan de raad. De gemeente brengt het bedrag ten laste van de post onvoorzien.

Op 2 oktober 1992 laten onthullen lukte om meerdere redenen niet. Onthullen op 6 april is een heel bewuste keus: op 6 april 1945 kwamen namelijk de bevrijders vanuit oostelijke richting Avereest binnenrijden. Het monument wordt een geheel van rood graniet, met een afmeting van 1,20 meter van punt tot punt. De tekst luidt: "Zïj die zwijgen, schreeuwen het uit. Opdat wij onze joodse medeburgers, weggevoerd in 1942, nimmer vergeten ". Op de steen komen geen namen en/of aantallen van weggevoerde families en personen.

 

Onthulling van het Joods monument op de Markt door Roberta Boom-Spier.
 

ONTHULLING JOODS GEDENKTEKEN (2)

"Woorden verbreken vaak de stilte, die zonder woorden veelzeggender zou zijn. Ook nu misschien. Woorden schieten vaak tekort, zijn niet toereikend om intense gevoelens van droefheid of dankbaarheid tot uitdrukking te brengen. Ook vanavond misschien. Woorden, zinnen, zijn echter dragers van gedachten van mens tot mens. Een reden om tijdens deze plechtigheid het woord te voeren". Zo begon burgemeester A.J.Pijlman op de gure, regenachtige dinsdagavond 6 april zijn toespraak op het voetgangersgedeelte aan de oostkant van de Markt, dicht bij de plaats waar ooit de synagoge had gestaan. Onder de aanwezigen ontbrak de jeugd wat bij enkelen onbegrip en boosheid opriep. Voorzitter B.Rooseboom sprak inleidend van een gedenkwaardige plaats. Hier immers had op 2 oktober 1942 de bus gestaan om de in Avereest woonachtige joden af te voeren. Hij oordeelde aanleiding stil te staan bij het feit dat ze niet waren teruggekeerd. Pijlman zei onder meer ook dat zijn gedachten onwillekeurig terug gingen naar de stijlvolle bijeenkomst in het gemeentehuis, waar het boek van Peter Makaske aan Roberta Boom-Spier werd overhandigd. "Een boek, een document, dat na lezing deze letterlijk oppervlakkige herdenkingssteen de diepgang geeft, die hij echt heeft. Een twee-eenheid van boek en steen, met de bedoeling vandaag te beseffen dat wat gisteren gebeurde morgen niet, nee nooit weer plaats mag vinden". De onthulling van de gedenksteen viel niet samen met de razzia van een halve eeuw geleden, op 2 oktober 1942. "Juist deze dag doet ook anderen met zeer droeve gevoelens terugdenken aan wat wel precies 48 jaar geleden in Balkbrug gebeurde. Op 6 april 1945, de dag dat onze bevrijders voor het eerst in onze gemeente arriveerden, zijn uit wraakzucht negen inwoners van Dedemsvaart door een Duits terreurpeloton dood geschoten. Het monument daar getuigt daar van".

De eerste burger oordeelde dat deze gedenksteen ook bereikbaar is voor iedereen, ,tie de diepere gedachte, die hij aan ons wil meegeven, ook voor iedereen bestemd is. "Het monument, verbonden met deze plaats, is draagvlak voor mensen. De gedachte moet ook een permanent aanwezig draagvlak vinden bij mensen in onze samenleving. Je hoort wel eens, dat er mensen zijn met een hart van steen. Deze herdenkingssteen in het plaveisel heeft een hart van mensen, mensen die zijn weggerukt uit een samenleving waarvan zij met hun goede, minder goede eigenschappen, hun menselijke kwaliteiten en tekortkomingen deel uitmaakten. Vanaf deze plaats zijn de joden weggevoerd naar gruwelijke oorden. Zij onderscheiden zich van anderen, doordat ook zij mens èn uniek waren. Met de deportatie van de joodse mede-burgers verdween ook het joodse culturele leven, dat mede kleur en geur gaf aan de samenleving van toen in Avereest. Betreding of aanschouwing van het monument kan, mag en moet ons doen denken aan de meest afgrijselijke, doch ook geringe uitingen van racisme of andere vormen van discriminatie". Pijlman oordeelde dat het aanschouwen of betreden van de steen tijdens alledaagse dingen als wandelen, boodschappen doen of even praten met (goede) bekenden, een moment van nadenken mag opleveren over wat wij aan discriminatoire uitingen waarnemen in de kennissenkring, in Dedemsvaart, Avereest, Nederland, Bosnië en elders. "Het op deze wijze, via dit monument een bescheiden bijdrage leveren aan het bewustwordingsproces, dat moet leiden tot een verder terugdringen respektievelijk bestrijden van racistische of anderszins discriminatoire tendenzen in onze samenleving, is een goede zaak. Maar daarmee zijn we er niet. Deze herdenkingssteen moet ook de basis zijn van een persoonlijke inzet van ons allen om discriminatie geen kans te geven. Elke dag opnieuw. Tot die inzet zijn wij als mens levenslang veroordeeld".

Pijlman haalde aan dat men dankzij het initiatief van de Historische Vereniging Avereest hier aanwezig was. Namens de raad en het college sprak hij zijn dank uit voor het feit, dat men dit initiatief mede mocht en kan realiseren. "Het is goed, dat wij hier staan, om te gedenken tijdens deze sobere plechtigheid. Moge deze plechtigheid vanavond en vooral de blijvende aanwezigheid van het monument u allen met een weliswaar droef, doch dankbaar en verrijkt gevoel huiswaarts doen keren". Vervolgens ging Roberta Boom-Spier tot de onthulling over. "Ondanks de tranen in ons hart", zoals hij stelde, begon Wil Cornelissen van de joodse gemeenschap in Zwolle toch met een gebed, een formule die men volgens de traditie uitspreekt als men een bevoorrecht ogenblik beleeft: "Geprezen zijt Gij, Heer, dat Gij ons tot op de dag van vandaag in leven hebt gehouden en ons dit moment laat meemaken". Stilstaand bij de Davidster (de gedenksteen is in deze vorm) stelde hij onder meer: "Een historisch teken op een historische plek. Een Mageen David. Naar een middeleeuwse legende ook wel vertaald met "het schild van David". Hij noemde het merkwaardig, dat de vijf- èn de zespuntige ster in de na-bijbelse tijd zowel door islamieten als door de joden werd gebruikt. "Het zijn per slot van rekening broedervolken, al vergeten we dat wel eens".

Cornelissen zei ook dat de Davidster gezien kan worden (en werd in de vroege middeleeuwen als zodanig gezien) als een teken van trots en vrijheid. Later, in de dertiende eeuw, moesten de joden een onderscheidingsteken dragen. Dat was overigens nog niet de Davidster. Pas in de negentiende eeuw werd deze ster weer meer en meer gezien en gevoerd als duidelijk teken van jodendom. Zo zag men de ster bijvoorbeeld veel nadrukkelijker verschijnen op grafstenen. "En dat gebeurde helemaal nadat de grote jood Theodor Herzi zijn denkbeelden, neergelegd in "Der Judenstaat", aan de wereld kenbaar had gemaakt. De Davidster werd het teken van het moderne zionisme, een teken van hoop, van verlangen naar het land van oorsprong". Tijdens de nazi-jaren werd de Davidster het teken van schande. Cornelissen: "Ik zie mijn moeder en mijn tantes nog de gele ster, met daarop het woord jood, op de kleren naaien. Ze hadden die sterren eerst zelf moeten kopen. Het was een teken van schande, van verdriet. En met die sterren gingen zo velen van hen wèl oostwaarts, wel richting Jeruzalem, maar ze kwamen niet verder dan Sobibor, Majdanek, Auschwitz, Theresienstadt, Bergen-Belsen, Buchenwald, Ravensbrück". Spreker haalde ook aan, dat tegelijkertijd die Davidster in het blauw werd gedragen door joodse verzetsgroepen. "En tijdens de opstand in het ghetto van Warschau werd de Davidster gevoerd als teken van verzet, ook als teken van hoop. In 1948, bij het stichten van de staat Israël, kwam de Davidster als trots middelpunt in de nationale vlag van dat nieuwe, oude land".

Zich richtend tot de Historische Vereniging zei Comelissen dat we door deze Davidster worden herinnerd aan wat eens was. "U hebt u aan een groot joods woord gehouden, aan een belangrijke mitswa - een eer, maar ook een gebod. U hebt met dit initiatief gezorgd voor een hulpmiddel bij uw vertellingen aan uw en onze kinderen en kindskinderen. Gedenk de dagen van de geschiedenis". "Vanavond is het de 15e van de maand Nissan. Dan wordt het joodse paasfeest gevierd, zitten de families bij elkaar voor een avond van gebed, gezang en een feestelijke maaltijd. Men herdenkt de uittocht uit Egypte". Comelissen ging nader op de viering in en besloot met de wens: "Laten we de hoop op de uiteindelijke betere wereld niet opgeven. Laat deze Davidster een teken zijn van verdriet, maar ook van hoop. Laten we de deur open zetten voor Elia en voor onze medemens. Voor alle mensen".

Willem Wind

 

 

Ga terug