OUDE KEUKENRECEPTEN

In het voorjaarsnummer van ons verenigingsblad (maart 1989) staat op pagina 17 een verzoek van de heer G. van Middendorp hem te willen helpen aan recepten betreffende het gebruik van boekweit in gezinnen in het oude verleden. Ik heb mijn best gedaan voor hem boekweit-keukenrecepten op te sporen. Mijn grootmoeder (Klaziena Eemten, geboen op 17 februari 1854 in de gemeente De Wijk in Zuid-Drenthe en op 18 december 1929 overleden te Balkbrug) heeft als weduwe Huizing-Eemten bij ons thuis ingewoond vanaf maart 1907 tot 17 februari 1929. Tussen de diverse papieren, die mijn moeder van mijn grootmoeder heeft bewaard, trof ik een boekje aan getiteld ”Receptenboek van K. Eemten”. Dit boekje heeft mijn grootmoeder eigenhandig geschreven omstreeks 1875; het bevat tal van recepten. Er is een tweetal recepten in aanwezig waarbij het gebruik van boekweitenmeel wordt vermeld, en wel een recept voor het maken van beslag voor poffertjes en een recept voor het maken van beslag voor pannenkoeken. Het boekje doornemend kwam ik verschillende woorden tegen, die aan grootmoeders Drentse dialect ontleend zijn. Typische woorden zijn de volgende: eijerdoren voor eidooiers, flambozen voor frambozen, formen voor vormen, gest voor gist en podding voor pudding. Oude maten en gewichten staan geschreven zoals: oord voor halve liter, pond voor halve kilogram en lood voor 10 gram. Voor degenen onder de lezers, die er een keuken bak- en braadhobby op nahouden, bevat het receptenboekje van grootmoeder heel wat recepten om mee te experimenteren. Een drietal recepten uit dat boekje vermeld ik in dit artikel.
Allereerst het recept voor het maken van beslag voor poffertjes.

 

POFFERTJES
Neemt half weiten en half gruttenmeel (d.i. boekweitenmeel), beslaat het in half water en half melk, doet op een pond meel 2 eijeren, wat gest, krenten, rozijnen en kaneel, bakt het in formen, op de 3 pond schraal 3 oord water en melk.
Door nieuwsgierigheid gedreven heb ik in het na de oorlog verschenen  ”Elektro Kookboek” (voor electrische ovens) gezocht naar een ”modern” recept voor het maken van poffertjes. Op pagina 346 vond ik zo’n recept . Tot mijn verrassing was de onderlinge verhouding van de belangrijkste ingrediënten van dat ”moderne” recept gelijk aan die van grootmoeders recept, dat zo’n 100 jaar ouder is. Dit blijkt uit onderstaand ”moderne” poffertjes recept.

MODERNE POFFERTJ ES
125 g. bloem, 125 g. boekweitenmeel, 1 ei, 50 g, gesmolten boter, 10 g. gist, 5 g. zout en een halve liter water en melk (half om half).
In tegenstelling met grootmoeders recept bevat het ”moderne” recept geen krenten, rozijnen en
kaneel, echter wel boter. Het verbaast mij dat er in grootmoeders recept geen boter staat 

vermeld. In tal van grootmoeders recepten wordt vaak een flinke hoeveelheid boter  

voorgeschreven. Voor keukenhobbyisten vermeld ik hieronder nog een tweetal recepten uit  
grootmoeders receptenboekje.

 

WEENER OF APPELTAART
1 pond weitenmeel (tarwebloem), een halfpond boter, een kwartpond suiker en twee kopjes melk. Dit tezamen gerold tot vijf ronde koeken, als de grootte van een bord. Deze laat men in een oven bakken. Men neemt appelpunt in het sap van een citroen en de schil geraspt, men legt dit tusschen de koeken, ook kan men dit van allerhande konvituren (jams) doen.

 

TRILPODDING
Neem 6 lood weitenmeel, 4 lood boter, 4 lood broodsuiker,. 6 eijeren waarvan het wit tot schuim geklopt wordt,  een oord melk, welke eerst gekookt wordt en dan eerst wat laten verslaan (afkoelen?) Dan langzaam het meel ingeroerd en laat het even opkoken. Laat het nu weer wat verslaan en doet er dan de 6 eijerdoren, suiker en boter in, het wit wordt er eerst ingedaan als het in de form komt en deze wordt met boter en beschuit(kruim?) bestrooid. Men laat het een uur koken in water en doet er dan een deksel met vuur boven op.
(Dit laatste dient waarschijnlijk om een korst op de pudding te verkrijgen) .

 

Emmeloord, april 1989
J. A. Grootenhuis.

 

Ga terug