OUDSTE BRUG ALS MONUMENT VOORGEDRAGEN

 

Op 21 september 1996 bracht de raad, via Gedeputeerde Staten advies uit aan de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen over de voordracht van een aantal objecten voor rijksbescherming op grond van de Monumentenwet 1998. Dat (positieve) advies betrof onder meer de brug over de Dedemsvaart tegenover het busstation, in de volksmond de brug Jansen genoemd. Een aantal omstandigheden wijzigde zodanig, dat door de raad op 24 september 1998 besloten werd om een andere brug voor plaatsing op de monumentenlijst voor te dragen, te weten de brug tegenover Moerheimstraat 109, waarover reeds is besloten dat die zal worden opgeknapt, nadat aanvankelijk sloop voor ogen stond. Laatstgenoemde brug is, blijkens het gietijzeren opschrift, van 1892. De brug Jansen dateert van ongeveer 1934, als vervanging van een eenvoudig, houten bruggetje.

 

Brug bij het busstation in Dedemsvaart.

 

Het was van meet af aan duidelijk, dat één van de ijzeren draaibruggen over de Dedemsvaart zou worden genomineerd voor de monumentenlijst. Hoewel ouder en meer oorspronkelijk viel de brug aan de Moerheimstraat af, omdat die voor sloop in aanmerking kwam. Intussen is het gemeentelijk beleid ten aanzien van de brug aan de Moerheimstraat gewijzigd: slopen is niet meer in beeld, maar restaureren wel. De financiering is rond, het werk kan beginnen en het voortbestaan van deze brug is gewaarborgd. Een betere startpositie voor een rijksmonument in spé is nauwelijks denkbaar, schreven B en W toelichtend in het raadsvoorstel. Een onderzoek naar de technische staat van de brug aan de Hoofdvaart heeft uitgewezen dat deze in een zeer slechte staat verkeert. Onder andere is de onderzijde van de stalen liggers plaatselijk reeds voor 50 % vergaan. De overige delen zijn eenvoudig met de hand te verwijderen. Het lijf van de stalen liggers is op een enkele plaats geheel vergaan, zo ook de stalen schoren. De leuning zit los en voldoet niet aan de huidige eisen en het beton van het draaipunt is zwaar aangetast; de wapening ligt grotendeels bloot. Het is zeer de vraag of een dergelijke wrakke brug voldoet aan de criteria voor opneming op de monumentenlijst, aldus het college.

De raadscommissie welzijn, onderwijs en cultuur kon zich met het voorstel verenigen. Uit de notulen van die vergadering (op 10 september 1998) haal ik aan: "Alle fracties vragen aandacht voor de brug tegenover de VEONN. Gelet op het beeldbepalende karakter van deze brug wordt gevraagd te komen met voorstellen. In het algemeen wordt opgemerkt, dat er wellicht meer aandacht moet zijn voor goed onderhoud van beeldbepalende objecten in de gemeente, die niet als monument te boek staan".

 

W. Wind

 

Ga terug