AVEREEST OOK ARCHEOLOGISCH WEL INTERESSANT

 

De bijeenkomsten van de Historische Vereniging Avereest staan doorgaans, voor het grootste deel althans,  in het teken van het verleden. Zo ook op woensdagavond 16 december 1998 in gebouw 't Centrum. Centraal stond nu de archeologie: wat heeft de bodem in Avereest en directe omgeving al gegeven en wat hoopt men er nog in te vinden. Het werd een bijzonder boeiende avond.

 

Inleider was de Dedemsvaarter Bert Terlouw. Tijdens zijn verhaal werden er dia’s van en door voorzitter Jan Dijkema van Natuurwerkgroep De Reest geprojecteerd. Voorzitter Barend Rooseboorn toonde zich verheugd over de toeloop, maar constateerde ook, dat de belangstelling best wat groter had kunnen zijn. Over de HVA zelf zei Rooseboom, dat er ruim 800 leden genoteerd staan en dat men blij is met het grote draagvlak. Terlouw zei inleidend onder meer, dat de gemeente Avereest niet kan bogen op een lange geschiedenis, maar dat er toch wel het één en ander uit het verleden is gevonden. Omdat het gewoon nodig was begon hij met een redelijk technisch verhaal. De 35-jarige Terlouw kwam vanuit Raalte naar Dedemsvaart, vanwege zijn werk bij Veldzicht. Hij kreeg onder meer te horen, dat hij naar een niet zo bijster interessante gemeente ging (beoordeeld naar zijn hobby van amateur-archeoloog) en een andere opmerking was bijvoorbeeld: “Hoe kun je daar gaan wonen?" Terlouw heeft intussen, om meer dan één reden, nog geen spijt gekregen Avereester te zijn geworden. Aan het slot van zijn verhaal zei hij dat het nog wel meevalt met het niet zo interessant zijn. “Het was hier lang geleden vijandig om te wonen, vanwege de uitgestrekte moerassen. Ik wil het trouwens graag zelf constateren of het hier wel of niet interessant is". Het werd voor hem onder meer inventariseren wat er (al) bekend was alvorens hij (ook) meer "oog en oor" werd voor de beroepsarcheologen. Hij assisteert niet alleen bij onderzoeken, maar start zelf ook onderzoeken op. Hij heeft contact met andere amateurs, “Want deze hobby kun je niet alleen doen". Hij legt zijn bevindingen schriftelijk vast en geeft voorlichting.

 

Terlouw trekt er zelf graag op uit, onder meer naar het jodenvonder in Den Oosterhuis. Hij hoopt ook nog eens antwoord te krijgen, na veel graafwerk, op de vraag of er al dan niet een oude veenbrug ten noordoosten van Balkbrug ligt. Zelf opgravingen doen mag niet, zo is vastgelegd in de Monumentenwet. De inleider signaleerde, dat een archeoloog de grootste vernieler is van hetgeen de bodem tot nu toe verborgen hield (daar waar sprake is van bedreiging van het tot nu toe niet bloot gelegde), maar hij legt wel alle bevindingen vast. Vondsten moeten, hoe klein ook, steeds worden gemeld, opdat men weet waar het weg komt. Dat gebeurt overigens niet altijd, omdat vinders bang zijn dat het hen zal worden afgepakt of dat een (bouw)werk vertraging op loopt. De vondsten zijn echter van ons allemaal, stelde Terlouw, die ook aangaf, dat door de grondsporen steeds valt te zien of ergens al gegraven is.

 

Sprekende over de archeologische periodes, zei Terlouw onder meer dat er van de prehistorie geen archieven beschikbaar zijn en dat er nooit iets over is geschreven. Slechts de bodem kan de al dan niet aanwezige geheimen prijs geven. Vooral de Nieuwe Tijd is van belang voor Avereest. Vanaf de bronstijd bestaat er, tot nu toe,  langs de Reest niets. Er zijn echter aanwijzingen, dat er in het gehele Reestgebied (waarbij men niet moet denken in termen van gemeenten) wel wat was. Inleider zei, dat tweederde deel van Avereest oninteressant is. omdat het als ontoegankelijk te boek stond. Terlouw signaleerde, dat de HVA veel aandacht geeft aan de Nieuwe Tijd, door het zoeken naar het recente verleden. In dat kader noemde hij Ommerschans (“die eerder bij Avereest hoort dan bij Ommen”), de familiegeschiedenis en de kalkovens. Voor 1500 is er niets of amper iets onderzocht. Spreker liet horen wel blij te zijn met overwegend natuurgebied langs weerszijden van de Reest. Daardoor is namelijk veel grond onaangeroerd gebleven. Anderzijds zei hij ook wel blij te zijn, dat hier en daar wordt geploegd, omdat daardoor de bodem het één en ander prijs geeft. Terlouw vond onder meer nogal typisch bij elkaar liggende stenen in het Zuidwoldiger gebied Takkenhoogte en gaf aan, dat er na de bronstijd hoge waterstanden zijn geweest, waardoor onder meer veenbruggen voor schakels in de verbinding moesten zorgen. In het gebied Den Oosterhuis en de overzijde van de Reest treft men nogal wat ijzeroer. Er moet een smeltoven zijn geweest omdat er slakken zijn gevonden. Volgens Terlouw loopt er door Avereest een prehistorische route.

 

Wijzend naar meerdere geprojecteerde dia's zei de HVA-gast: “Hier ligt gewoon het één en ander”. Volgens hem kan er, op basis van de huidige kennis, bij Dunningen (bij de Wijk) sprake zijn van Vroeg Middeleeuws. Uiteraard kwamen er nogal wat vragen los en in de pauze was er veel aandacht voor hetgeen de bodem intussen heeft prijs gegeven.

Meteen na de pauze was trouwens eerst het woord aan de 73-jarige Geu ten Kate, die tot de elfde generatie behoort, die op dezelfde plek woont in de buurtschap Den Kaat. Ongeveer veertig jaar geleden kreeg men waterleiding. Voordien bediende men zich van een put. Die werd ruim drie jaar geleden opgegraven. Men constateerde dat het waarschijnlijk een heel oude put betrof. De bodem lag op ongeveer 2,5 meter diepte en die bodem gaf nogal wat prijs, zoals een oude schoen, glas in lood, potten en pannen, stukken leem en manden vol scherven, die tot nu toe nog niet in of aan elkaar passen. Van tal van scherven heeft men trouwens wel het één en ander kunnen reconstrueren. Volgens Ten Kate is men rond 1805 in de woning van open vuur naar een andere mogelijkheid van koken en verwarmen overgestapt, waardoor veel potten en pannen ook naar de bodem van de put werden verwezen. In 1812 werd aan de voorkant van de woning een stuk aangebouwd. Ten Kate toonde ook een grote ronde (kanons)kogel, die waarschijnlijk is gebruikt toen Bommen Berend en zijn troepen via deze streek naar Groningen oprukten. “In Coevorden ligt een zelfde exemplaar”, aldus spreker.

 

Willem Wind

 

 

Ga terug