VAN VROEGER EEN VERHAAL

Het was in de winter van 1890, dat mijn grootvader met zijn scheepje met turf voor het boerderijtje lag dat mijn grootmoeder met de kinderen dreef. Het was gelegen aan het "Het Pand" ook wel "Zoochies Pand" genaamd tussen sluis vier en vijf. De twee oudste zoons, Berend en Hendrik, hielpen zowel vader met de turf als moeder op het boerderijtje De twee jongens kregen in de gaten dat er 's nachts wel eens turf gehaald werd, zonder te betalen. Toen er sneeuw lag gingen ze er dan ook elke morgen vroeg uit om te kijken of er weer turf weg was. Op een morgen was het raak. Ze vonden een spoor van een man met een kruiwagen. Dit spoor liep in de richting van de "Plaanke" in de buurt van de Achterweg, ze wisten nu wie de dader was. Zo snel als ze konden renden ze naar huis en vertelden hun vader wat ze ontdekt hadden. "Wij goat noar de pelitie" riepen de jongens. Hun vader daarentegen zei: "Niks politie, pak de kruiwagen, laad er zoveel mogelijk turf op en breng die naar die mensen". Iemand die 's nachts turf komt halen doet dat niet uit weelde maar uit armoe. Zeg er maar bij: "De complimenten van mijn vader en je zult zien hij komt hier geen turf meer stelen." Onder het gemompel van "mien va is hartstikke gek", gingen de gebroeders op pad. Bij het bewuste huis aangekomen werd de kruiwagen voor de deur omgekiept en met een "dit mussen wij oe van mien va brengen" liepen ze snel weer naar huis. Heel veel later begrepen ze pas dat dit een wijs besluit was geweest van hun vader.

 

Schrijver n.n.

 

Ga terug